Author Archive

Opiniestuk Renzo Verwer: Vrouwen naar de top?

Liefdes- en arbeidsmarkt zitten elkaar in de weg

Het schiet maar niet op met vrouwen aan de top. Dus moet er een vrouwenquotum komen, want dat is goed voor bedrijf en voor de hele maatschappij, zo vindt onder meer Stichting Talent naar de Top die onlangs een charter presenteerde. Zo vindt ook de Eerste Kamer die afgelopen week instemde met een wetsvoorstel dat uiterlijk in 2016 de bedrijfstop voor minimaal 30 procent uit vrouwen moet bestaan. Wil Verschoor van MOVISIE – ‘hét landelijke kennisinstituut en adviesbureau voor maatschappelijke ontwikkeling’ – stelt dat mannen ‘vrouwen de ruimte moeten geven om de top te bereiken.’ Over een eventueel allochtonen- of gehandicaptenquotum dat goed zou zijn voor diversiteit – hét toverwoord – hoor je zelden; de lobby van vrouwen is kennelijk machtiger dan die van andere groepen. En nooit wordt er gepleit voor een vrouwenquotum in beroepen als ‘vuilnisman’. Moeten vrouwen vooral meer ‘leuk’ en ’schoon’ werk doen? Er is tegengeluid, journaliste Marike Stellinga stelde in De mythe van het glazen plafond dat veel Nederlandse vrouwen gewoonweg geen zin hebben in een topcarrière; hoogleraar economie Barbara Baarsma vindt een quotum niet zinnig.

In dergelijke debatten wordt vaak voorbijgegaan aan de biologische man-vrouw-verschillen.
Wel wordt er altijd van alles geroepen… dat vrouwen beter zijn in leidinggeven, multitasken, people’s management. Dat ze ethischer zijn. Met vrouwen aan de top zou er geen kredietcrisis zijn geweest, een variant op het aloude ‘vrouwen aan de macht: geen oorlog’. De kwaliteit van de besluitvorming zou toenemen met meer vrouwen aan de top. Culturele verschillen bestaan in deze redenering niet meer, de vrouw kan alles beter. Vreemd: de discussie begint altijd met ‘mannen en vrouwen zijn gelijk, of je man of vrouw bent doet er niet toe, dus er moeten meer vrouwen naar de top’. Snel daarna wordt het: vrouwen zijn beter in alles. Kennelijk een natuurverschijnsel, cultuur bestaat dan ineens niet meer. Of wel? Wanneer vrouwen ergens minder goed in zijn dan mannen (zoals netwerken, ambitie om de top te bereiken, heel veel uren draaien – ik verzin dit niet, het is onderzocht) geldt dat als de schuld van de maatschappij.

Relatiemarkt

In de eenzijdige berichtgeving over vrouwen aan en naar de top is zelden ruimte voor het volgende: Mannen willen een carrière –  vele mannen bereiken de top niet trouwens, dat wordt vaak vergeten! – omdat ze daarvoor beloond worden. Een mensenmannetje kan naarmate zijn status hoger is van meer en/of betere mensenvrouwtjes seks krijgen; deze zijn toeschietelijker.
Het is dus logisch dat machtige mannen, die nu in het verdomhoekje staan omdat een aantal van hen vrouwen verkracht, meer proberen – ze hebben meer succes. Ondanks alle emancipatie rekenen vrouwen, de beslissers op de relatiemarkt, een man keihard af op zijn maatschappelijke positie. Met een man die laag op de sociale ladder staat, doen ze alleen aan seks als niet beter kunnen krijgen. Van een huisman raken ze doorgaans niet opgewonden. Niet voor niets zijn werkloze mannen wereldwijd structureel vaker alleenstaand dan werkende mannen en schrijven relatiebureaus werkloze mannen niet in omdat ze niet in trek zijn. Werkloze vrouwen schrijven ze wel in.

Vrouwen willen niet massaal naar de top, omdat ze qua mannen doorgaans omhoog kijken – ook als ze een goede baan hebben. Downdaten is een leuk speeltje voor de media, maar CBS-cijfers wijzen op een weinig voorkomend verschijnsel. Eenmaal door het glazen plafond hebben vrouwen weinig oog voor de glazenwasser. Voor een avontuurtje misschien wel, maar niet voor een relatie.
Topvrouw Sylvia Tóth beklaagde zich ooit dat mannen in haar positie allemaal thuis een huisvrouw hadden zitten. Maar een huisman, daar viel ze niet op, zei ze in hetzelfde interview. Vrouwen zeggen dat mannen het erg vinden als zij meer verdient. Maar er speelt meer mee: zij gaat ervan tussen als haar inkomen hoger is. Vrouwen willen een zekere afhankelijkheid, dat is een oer-gegeven. De aantrekkingskracht van de man op de relatiemarkt zit hem vooral in zijn status: hoe hoger, hoe beter. De aantrekkingskracht van de vrouw zit vooral in haar uiterlijk. Dus net zoals een vrouw zich niet onaantrekkelijk zal maken omdat de status op de relatiemarkt nou eenmaal het hoogste telt, zal een man niet snel een stapje terugdoen op de arbeidsmarkt. Dat zou hém namelijk onaantrekkelijk maken op de relatiemarkt. En dat is voor de man evenmin een aanlokkelijk idee.

Testosteron

Daarnaast bezit de gemiddelde vrouw minder testosteron dan de gemiddelde man. Heel wat (top)vrouwen klagen dat ze ‘het gevoel hebben dat ze twee keer zo hard moeten werken als mannen’. Dat gevoel is geen bewijs voor discriminatie. Ze hebben nu eenmaal minder testosteron dan de mannen aan de top of moeten meer moeite doen een bepaald niveau van dat hormoon te halen, wat het lastiger maakt het spel aan de top mee te spelen.

Wie koste wat het kost meer vrouwen aan de top wenst, kan ik het volgende aanraden: een wekelijkse testosteroninjectie voor iedere vrouw. Het helpt, vrouwen worden er veel competitiever en mannelijker van, zo weten we van de experimenten met atletes uit het voormalige Oost-Duitsland. Verder zouden we mannen met oestrogenen kunnen injecteren en een baarmoeder implementeren. Vrouwen moeten dergelijke mannen ook nog aantrekkelijk gaan vinden en mannen moeten dol worden op vrouwen met baardgroei.

Aldus kunnen we het paradijs bereiken: volledige gelijkheid.
Brave new world, here we are.


Renzo Verwer is auteur van De Liefdesmarkt (Compaan, 2011). Zie ook www.liefdesmarkt.nl

VOLG THE NEXT WOMEN OP TWITTER

Follow TheNextWomenNL on Twitter

RUBRIEKEN

WORD LID VAN THE NEXT WOMEN OP LINKEDIN




Fiscaal voordeel