De handboeien om de polsen van Dominique Strauss-Kahn waren nog niet dichtgeklikt toen haar naam al circuleerde: Christine Lagarde. Ze was de gedroomde kandidaat voor de eervolle functie van managing director bij het IMF, en het was dan ook geen verrassing toen ze de baan op 28 juni kreeg. Lagarde (1956) heeft een indrukwekkend CV. Ze was jarenlang minister van Economische Zaken in Frankrijk. Ze werd door vriend en vijand geprezen om haar diplomatieke kwaliteiten. Voordat ze de politiek inging had ze een succesvolle carrière als advocaat, onder meer bij het gerenommeerde bureau Baker & McKenzie (dat verklaart gelijk waarom ze zo perfect Engels spreekt). Maar het meest belangwekkend is misschien wel dat ze de eerste vrouw op deze functie is. Nu is het natuurlijk leuk dat ze slim, invloedrijk, mooi en ervaren is, maar de hamvraag is wat ons betreft: kan ze ook spreken? Het antwoord is ja en nee.
Ik keek naar de intrigerende speech die Lagarde in 2010 op het Women’s Forum hield. Wie haar ziet spreken is onmiddellijk van haar gecharmeerd. Alles lijkt te kloppen: haar kleding is stijlvol, haar gebaren zijn (heel Frans!) groot en vloeiend, haar stemgeluid is warm en gevarieerd. Om het helemaal af te maken spreekt ze in fraai gevormde zinnen en heeft ze intens contact met de zaal.
Ze gebruikt slimme dynamische trucs om de aandacht te krijgen. Kijk maar eens naar de eerste drie minuten van het filmpje. Lagarde opent in het Frans, laat een uitgekiende stilte vallen en zegt dan in het Engels: “… en nu vraagt u zich natuurlijk af hoelang ik hiermee doorga”. Een rollende lach gaat als antwoord door de zaal. Iedereen is erbij, iedereen vindt haar leuk. Een moment later stelt ze met overgave een retorische vraag: “En nu vraagt u zich misschien af: wat heb ik nu helemaal gedaan om de wereld te veranderen?”. Het werkt, ook ik vraag me een moment lang af waartoe ik eigenlijk in staat ben. Lagarde raakt haar publiek in het hart. Weer wat later maakt ze zich kwetsbaar door te zeggen: “It is intimidating to be here”. Met deze opmerking bevordert ze de identificatie, ze laat zien dat ze ook maar een mens is. Tot slot complimenteert ze haar publiek handig door te zeggen dat ze het “refreshing” vindt om voor een zaal met vrouwen te staan. Alsof dit allemaal niet genoeg is kondigt ze ter plekke aan de tekst van haar speechwriter niet te gebruiken… waarop wederom gelach en applaus volgt. Kortom, Lagarde trekt met succes alle dynamische registers open. Binnen drie minuten krijgt ze de volle aandacht, sympathie en begrip van de luisteraar.
Niets meer aan doen zou je zo zeggen, Lagarde beheerst de kunst van het spreken volledig. En toch: toen ik haar volledige speech bekeek viel ik halverwege in slaap. Nou ja, spreekwoordelijk dan. Hoe dit kan? Na de eerste drie minuten begint Lagarde in abstracties te spreken:
“I would like to talk to you about change from my perspective. Trust is relevant to change because change is in my view and my experience difficult to achieve. It’s easy to talk about change but it is far more difficult to actually implement change, achieve change, continuously perceive with change and yet keep the team together, keep the people included in the process.”
Abstracties als deze blijven heel moeilijk hangen in onze hersenen. Doe het volgende testje maar eens. Stel je achtereenvolgens de volgende dingen voor, maar neem er de tijd voor. Denk per begrip vijf of tien seconden na:
1. Roep de hoofdstad van Canada op.
2. Roep je ouderlijk huis op.
3. Roep de definitie van ‘waarheid’ op.
Waarschijnlijk was het makkelijker om je ouderlijk huis dan de definitie van ‘waarheid’ op te roepen. Dat heeft ermee te maken dat je hersenen bij het begrip waarheid nergens uit kunnen putten: er ligt geen kant-en-klare definitie van het begrip vast in je hoofd. Het ouderlijk huis daarentegen heeft heel veel aanknopingspunten in je hersenen: er zijn geuren, kleuren, stemmen en beelden opgeslagen rond dit begrip. Hoe meer ‘aanknopingspunten’ in de hersenen, hoe beter en makkelijker we informatie op kunnen nemen (D.C. Rubin, 1995). En dat is precies waarom we zo moeilijk naar Lagarde kunnen luisteren: ze stapelt abstractie op abstractie en vraagt daarmee teveel van onze hersenen.
Kleine kans dat ik haar ooit zal ontmoeten, maar als ik haar een tip zou mogen geven dan zou het de volgende zijn: maak concreet wat je wilt zeggen. Schets het zo beeldend mogelijk, en verrijk je verhaal waar mogelijk met levendige details. Zorg dat we het voor ons gaan zien. Of nog makkelijker: gebruik de tekst van je speechwriter. Want laten we wel wezen: een echt goede speech verzin je niet ter plekke, hoe welbespraakt je ook bent.
Onlangs zag ik de NOS-documentaire ‘Máxima, portret van een prinses’, gemaakt ter ere van haar 40e verjaardag. In deze ietwat ronkende, filmische vertelling wordt Máxima neergezet als een echte vrouw van de wereld. In haar designerkleding vliegt ze de wereld rond om de financiële sector toegankelijker te maken. Tussendoor zingt ze – heel huiselijk – sinterklaasliedjes bij de haard. Ik geloof er niet zoveel van, maar toegegeven: het ziet er erg goed uit, Máxima als rolmodel. Sinds 2009 is ze ’speciaal pleitbezorger voor financiële- en ontwikkelingszaken’ bij de VN. Voor zover ik het kan beoordelen brengt zij vooral het onderwerp microkrediet aan de man. Dat doet ze met verve. Als Máxima spreekt, dan spreekt werkelijk alles mee. Haar handen, haar hoofd, haar ogen.
Er is ontzettend veel te zien als ze aan het woord is. En te horen: een mooie lage stem met een zwoel ruisje erover. Het is een verademing na alle Koninklijke stijfheid die we hebben moeten verdragen. Bovendien is het ook erg effectief: we houden aantoonbaar meer vast aan het verhaal van een expressieve spreker (zie Dr. Fox effect). Máxima is niet alleen voor werkende, zorgende en winkelende vrouwen een rolmodel, ze is het ook voor de sprekende vrouwen. Tenminste, als ze geen echte lezing houdt dan. Want wat schetst mijn verbazing: als Máxima achter een katheder kruipt dan vindt er een ware transformatie plaats. Kijk maar eens naar bovenstaande video. Weg vloeiende gebaren, weg stevige accenten, weg lage stem en vooral: weg oogcontact. Ze leest een tekst voor. Een weinig beeldende maar ook weinig persoonlijke tekst. Haar stem klinkt hoger dan anders. Haar hoofd houdt ze geknikt als het braafste meisje van de klas. Haar ogen zijn meer gericht op het papier dan op de zaal. De luisteraars luisteren aandachtig, maar het is duidelijk dat niemand echt geboeid is. Hoe is het toch mogelijk dat een aantrekkelijke, expressieve vrouw zo verandert? Hoe kan het toch dat haar belangrijke boodschap niemand raakt?
Helaas is het verhaal van Máxima geen uitzondering. Op allerlei plekken gebeurt het: in het bedrijfsleven, het onderwijs en de politiek. Zodra de tekst op tafel komt of de PowerPoint opgestart wordt verdwijnt het leven uit de spreker. Qua uitstraling wordt er een soort formeel jasje aangetrokken, een vlakke houding die objectiviteit suggereert. De spreker wil daarmee onderstrepen dat het om de feiten gaat. Een tragisch misverstand, want de feiten overtuigen helemaal niet. De persoon overtuigt. De anekdote overtuigt. De emotie overtuigt. Natuurlijk wil ik niet zeggen dat de inhoud niet belangrijk is. Ik wil alleen maar zeggen dat het niet zo heel erg belangrijk is. Wie gehoord wil worden, zal ziel en zaligheid erin moeten gooien. Zoek naar aansprekende verhalen en verrassende beelden. Denk na over dat wat je publiek raakt. Schuif als het even kan die katheder opzij. En maak dan contact met je toehoorders, écht contact. Want als jij niet zichtbaar bent dan zien ze je niet. Ook al ben je de koningin van Nederland.
Ze heeft de bijnaam een iron lady te zijn, maar ik krijg altijd een warm gevoel bij haar: Neelie Kroes. Bijna 70 is ze nu, en ze bekleedt op dit moment een van de hoogste posten in Europa. Europees Commissaris is ze, belast met de portefeuille ‘Digitale agenda’. Daarmee is ze een van de zeven vicevoorzitters van de Europese Commissie. Een functie die ze niet toevallig bekleedt; ze heeft een indrukwekkende carrière achter zich. Een gewoon mens heeft drie levens nodig voor het werk dat zij in zo’n 40 jaar verzette.
Voordat ze Europa diende was ze gemeenteraadslid, Tweede Kamerlid en achtereenvolgens staatssecretaris én minister van Verkeer en Waterstaat. In 2010 leek het er zelfs even op dat ze minister-president zou worden, maar die plek werd ingenomen door Rutte. Jammer, ik had haar wel eens willen zien in die functie, lekker rechtop in de wind. Ik denk dat ze het had gered. Het is niet verwonderlijk dat ze het afgelopen jaar de Aletta Jacobs Prijs won. Ze laat zien wat een vrouw allemaal kan doen, zonder dat ze zich daarop laat voorstaan.
Maar eigenlijk heeft dit allemaal niets te maken met mijn liefde voor Neelie. Wat ik zo mooi vind aan haar, is dat ze zo stevig en tegelijkertijd zo kwetsbaar oogt. Kijk maar eens naar haar als ze spreekt. Ze is expressief, eloquent en legt stevige accenten in haar verhaal, zowel verbaal als non-verbaal. Heel overtuigend, heel contrastrijk. Maar kijk nu eens naar haar wenkbrauwen, die doen iets geks. Regelmatig tilt Neelie haar wenkbrauwen hoog op, waardoor er even een verbaasde uitdrukking ontstaat. Daarnaast spert ze haar ogen regelmatig wijd open. Het geeft het konijn-in-de-koplamp-effect. Het zijn onmiskenbaar signalen van spanning, die gemakkelijk als angst geïnterpreteerd kunnen worden.
Kenmerken van stress of angst werken doorgaans statusverlagend. Maar het bijzondere is, dat deze ‘tics’ Neelie nergens ondermijnen. Ze blijft volledig overeind. De vraag is natuurlijk hoe ze dit voor elkaar krijgt. Het antwoord is simpel: ze compenseert haar statusverlagende ‘tics’ ruimschoots met haar statusverhogende gedrag. Ze gebruikt haar stem in de volle breedte en hoogte, ze verbindt zich zeer nadrukkelijk met wat ze zegt en ze maakt intens contact met haar toehoorders. Daarnaast neemt ze fysiek veel ruimte in met haar stevige gebaren.
Kijk, en dat vind ik nou reuze inspirerend aan Neelie Kroes: je hoeft niet waterdicht te zijn om te overtuigen.
Je hebt geen harnas nodig om te overreden. Blijkbaar bestaat er zoiets als een ‘gezonde balans’ in je persoonlijke uitstraling. Voorwaarde is natuurlijk wel dat je weet wat je wilt zeggen, en daar vol de ruimte mee in durft te nemen. Dat is goed nieuws voor vrouwen die, net als ik, soms kenmerken van spanning vertonen en zich daardoor kwetsbaar voelen. Maar er is meer. We weten dat er aan de buitenkant veel minder zichtbaar is dan we zelf denken. Studies tonen aan dat mensen vaak denken dat hun angst of afkeer zichtbaar is, terwijl de omgeving daar maar bar weinig van merkt. We zijn geneigd te geloven dat onze binnenwereld, vooral als het om negatieve zaken gaat, door de buitenkant lekt. Wetenschappers hebben zelfs een naam voor dit fenomeen, the illusion of transparency. Mensen kunnen helemaal niet bij je naar binnenkijken, net zomin als jij dit bij anderen kunt. Je bent niet doorzichtig. Mochten je vingers onverhoopt tòch gaan trillen tijdens je volgende presentatie, dan weet je wat je te doen staat. Neem diep adem, maak intens contact met je toehoorders en denk aan Neelie. Je kunt het!
Er zijn van die dingen die je mist, hoe goed je alles ook bijhoudt. Het optreden van Mabel Wisse Smit op TEDx is er zo een. Ze heeft daar vorig jaar een praatje gehouden, schijnt. Iedereen had het erover. Nou ja, iedereen die ik niet ken dan. Ze werd uitgenodigd omdat ze CEO is van The Elders, een soort wijze-mannen-club, opgericht door Nelson Mandela. Wij kennen haar natuurlijk vooral als de vrouw van. Een praatje op TED is niet zomaar iets, een praatje op TED is een ongekende eer. Voor degene die ook wel eens iets mist: TED is een vierdaagse conferentie die sinds 1984 jaarlijks gehouden wordt in Californië. De grootste denkers, schrijvers, ondernemers en politici betreden hier het podium om de deelnemers te inspireren met hun ideeën. Het leuke aan al die lezingen is dat ze online te zien zijn via TED.com, helemaal gratis en voor niets. Daarmee is TED een van de meest verslavende sites in zijn soort: waar anders ligt er zoveel intellectuele rijkdom voor het oprapen?
Inmiddels bestaan er ook TEDx conferenties: kleinere versies van het oorspronkelijke TED op verschillende plekken in de wereld, waaronder ook Amsterdam. Hier mocht Mabel dus spreken, en daar had ze zich grondig op voorbereid. Want de TED-stijl heb je niet zo maar te pakken, zéker niet als Nederlander. De TED-stijl moet je bevechten. Wat de TED-stijl is? Welnu, een TED-praatje duurt allereerst nooit langer dan 18 minuten en moet boven alles toegankelijk zijn. De stijl van vertellen valt losjes te noemen. De spreker struint relaxed over het podium, maakt rechts en links wat grapjes en de slides verschijnen uit het niets, altijd op exact het juiste moment. Het ziet eruit alsof de spreker het allemaal ter plekke verzint. Dat is natuurlijk niet zo: in werkelijkheid wordt er maandenlang aan zo’n praatje gerepeteerd. Elke punt en komma, hoe casual ook, is zorgvuldig geregisseerd. Of zoals de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith het zo mooi zegt: ‘It takes about five re-writes to reach the right degree of spontaneity’.
Ook Mabel heeft veel geoefend, dat is duidelijk. Wat zij laat zien, is een soort uiterlijke kopie van het ‘TED-spreken’. Ze maakt grote, losse gebaren. Ze staat midden op het podium, uiteraard zonder katheder. Ze heeft haar Viktor en Rolf pakje thuisgelaten en heeft zich voor de gelegenheid in een simpel zwart pak gehesen (altijd goed). Ze wappert nonchalant met haar handen. Ze maakt gevatte grapjes. Ze kijkt het publiek nadrukkelijk aan. Kortom, het is helemaal TED. Maar toch klopt het niet, het voelt ongemakkelijk voor de kijker. Daar is een eenvoudige verklaring voor: Mabel vertoont de uiterlijke kenmerken van ontspanning (fysieke losheid) zonder dat haar binnenkant meedoet. Ze heeft bedácht hoe het eruit moet zien en is daarbij vergeten hoe ze van nature presenteert. Ze beweegt uit zichzelf helemaal niet zo groot, ze is niet zo markant als ze zich hier presenteert. Daarnaast zit haar adem hoorbaar veel te hoog: ze spreekt hijgend. Ze neemt nergens de tijd om echt door te ademen, haar zinnen liggen allemaal in elkaars verlengde. Haar spierspanning is consequent te hoog, haar gebaren worden onder grote fysieke druk geproduceerd. Een mooi voorbeeld hiervan is het ‘lightbulb-moment’ (maar daarvoor moet je toch even het filmpje bekijken). Een hoge adem en de fysieke overspanning zijn tekenen van stress, en dat is vooral wat de toeschouwer meevoelt. De wet van identificatie is krachtig: als de spreker het benauwd heeft dan krijgt de toehoorder het ook. Lastig, als je ontspannen wilt overkomen. Je kunt wel bedenken hoe het eruit moet zien, maar expressiviteit laat zich niet afdwingen. Je hebt een bepaald bewegingsarsenaal en daar zul je het mee moeten doen. Wat je van buiten doet moet overeenkomen met wie je van binnen bent. De een beweegt nu eenmaal groot, de ander klein. Natuurlijk kun je proberen om de grenzen van je expressie te verkennen. Hoeveel ruimte kun je letterlijk innemen terwijl het toch nog comfortabel voelt? En welke overtuigingen houden je eigenlijk tegen om voluit te presenteren? Dat zijn zeker relevante vragen. Maar je beperkingen blijven je beperkingen. Is dat erg? Welnee. Ik denk dat Mabel een stuk geloofwaardiger was geweest als ze vanuit haar natuurlijke expressie had gepresenteerd. Daarnaast was het zowel voor haar als voor het publiek een stuk relaxter geweest. En relaxed, dat is nou juist weer heel erg TED.
Marlies Dekkers is een vrouw die me mateloos intrigeert. Naar eigen zeggen vindt ze ontwerpen even leuk als zakendoen, en dat legde haar geen windeieren: ze bouwde in 17 jaar een imposant lingerie-imperium op. Haar merk Undressed heeft maar liefst 1000 verkooppunten en er zijn Dekkers-winkels in onder meer Parijs, Bangkok en Amsterdam. De laatste tijd is ze veel in het nieuws vanwege de lingerieoorlog die ze met concurrent Sapph in aangegaan. Het is een oorlog die ze vooralsnog verloren lijkt te hebben.
Maar laten we het over de vrouw zelf hebben. Want Marlies Dekkers zelf is net zo ambigu als haar lingerie. Kijk maar eens naar haar op YouTube: is ze nu ordinair of juist artistiek? Wil ze mannen plezieren of vrouwen? Is ze een wiebelig meisje of een pittige vrouw? Het ene moment kleedt ze zich als een Lolita in tutu en neonroze lippenstift, het andere moment als strenge SM-meesteres met een zwarte halsband. Kan dat? Ja hoor, dat kan uitstekend als je een kunstenaar bent. Het is een knap staaltje personal branding: in haar incongruentie is Marlies Dekkers uitermate congruent. Ze laat zich niet in een specifieke hoek duwen, en roept daarmee bewust een bepaalde mate van spanning op. Ze toont zich autonoom in haar grilligheid, een soort Mathilde Santing in zakenpak. Soms werkt dat goed en zijn we geïntrigeerd, maar soms irriteert het ook. Ik merk dat als ik naar Dekkers kijk, ik vaak afstand neem. Als ik in mijn eigen omgeving navraag doe, blijken meer mensen daar last van te hebben. Het ligt voor de hand om de verklaring te zoeken in haar excentrieke kleding of in haar scherpe stem, maar ik denk dat er meer aan de hand is. In haar non-verbale expressie is Marlies namelijk ook niet congruent, en dat kan nu juist weer niet, zelfs als je een kunstenaar bent. Non-verbale expressie is namelijk cultureel ongebonden. In de wereld van de lichaamstaal gelden dezelfde regels voor ons allemaal, wat onze status of herkomst ook is.
Marlies Dekkers maakt haar ogen erg zwaar op. Maar wie goed kijkt, ziet dat haar ogen vaak niet meelachen met haar mond. Dekkers lacht relatief veel, naarmate ze zich ongemakkelijker voelt wordt het nog meer. Pleasen noemen we dat. Bij dat lachen houdt ze haar lippen stevig op elkaar geklemd, en zet ze druk op haar kaken. Volgens psycholoog Paul Ekman zijn er twee soorten lachen: een echte lach of geveinsde lach. Bij een echte lach spannen we de kringspier rond de ogen aan en ontstaan er rimpeltjes in de ooghoeken. Daarbij is het onderste ooglid gespannen. Slechts 10% van de mensen is in staat om het buitenste deel van de oogkringspier te beheersen. Bij de andere 90% zijn ogen die geen spierspanning vertonen dus een teken van een geveinsde lach. Als de ogen niet meelachen, is er geen plezier. En dat is wat we regelmatig bij Marlies Dekkers zien. Soms krijg ik het gevoel dat ik haar gezicht horizontaal in tweeën kan knippen: boven de neus zie je dan een totaal andere foto dan onder de neus. Het is bevreemdend, vooral omdat haar ogen zo ontzettend fel kunnen kijken. Marlies Dekkers is hier dus niet heel consequent in. In sommige interviews lacht ze weinig maar echt, en oogt ze ontzettend stevig. In andere interviews lacht ze veel en geveinsd, en komt ze kwetsbaarder over. Uit onderzoek weten we dat een geveinsde lach altijd herkend wordt. Met andere woorden: de kans dat je gesprekspartner erin trapt is nul komma nul. Dat pleit ervoor om maar niet te lachen als er niets te lachen valt. Als vrouw weet ik hoe moeilijk dat is: voor je het weet krullen je mondhoeken weer omhoog. Maar het loont absoluut: wie stopt met lachen als er niets te lachen valt, wordt stukken sterker. Kijk maar naar Marlies Dekkers.