Author Archive
Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Interviews
Aug 30, 2010

Veel wezenlijker dan wat je kunt, is wie je kent, zegt Miriam Notten, directeur van La Red, Nederlands grootste netwerkadviesorganisatie. Haar advies: voeg een netwerkkaart toe aan je CV als je gaat solliciteren. En voor afdelingen P&O: toets het netwerk van de sollicitant.
Een goed netwerk, we willen het allemaal en waarom? Simpel, met een goed functionerend netwerk bereik je nou eenmaal veel meer dan in je eentje. Miriam Notten richtte in 2003 La Red op: een netwerkadviesorganisatie die mensen ondersteunt om het beschikbare sociale kapitaal zakelijk te leren inzetten. Netwerken dus. Want zakelijke relaties ga je aan met mensen en niet met organisaties. Met een team van tien mensen is bijna alles oplosbaar, zegt Notten. “Gemiddeld kent ieder mens zo’n 600 mensen. Met tien mensen ken je samen dus 6000 mensen.” En dat gemiddelde gaat alleen maar verder omhoog de komende jaren, dankzij social media. We worden als het ware steeds interactiever.
Netwerkkaart
De dienstverlening van La Red bestaat onder meer uit het leren benutten van je netwerk. En het waar nodig overbruggen van ‘gaps’ in dat netwerk.
Hoe gaat dat in zijn werk? “Een accountmanager in de bouw had bedongen dat zijn werkgever hem zou ondersteunen in het strategisch inzetten van zijn netwerk. Wij maakten voor hem een analyse van het gewenste netwerk en van het netwerk op dat moment. Hij diende daarvoor zelf in kaart te brengen wie hij kende, hoe goed hij deze contacten kende, en hoe belangrijk zij voor hem zijn. Wij analyseren vervolgens waar de gap zit tussen gewenste en huidige netwerk. Waar het overontwikkeld is of juist onderontwikkeld en waar het wel aanwezig is maar beter benut kan worden. Wij noemen dat een Netwerk Atlas.” Wat eventueel volgt is een coachingstraject om het gewenste netwerk te realiseren en ook: te benutten. Want met alleen een netwerk ben je er natuurlijk niet, je moet het wel weten aan te boren. Wie solliciteert op een functie waarvoor een groot netwerk is vereist, adviseert Notten een netwerkkaart bij zijn CV te voegen. Hoe ziet dat eruit? “Het is een manier om te visualiseren hoe het netwerk van jou eruit ziet. Het clustert de relaties geografisch en functioneel en het kwantificeert het aantal contacten. In een oogopslag is duidelijk waar ‘werk aan de winkel is’ en waar het netwerk al goed ontwikkeld is.

Zwakke relaties
De werkgever op zijn beurt, kan een sollicitant of medewerker beoordelen op karakter, kennis en kunde. Het beoordelen van een netwerk, is lastiger, legt Notten uit. “Dat blijkt vaak pas in de loop der tijd; of iemand het netwerk heeft dat gunstig is voor de functie. Als een werkgever het al bij een sollicitatieprocedure onderzocht wil hebben, dan brengen wij het netwerkprofiel in kaart.” Een goed netwerk wordt voor veel functies gevraagd, zegt Notten. Maar het toetsen ervan, daarvoor heeft een personeelsfunctionaris of leidinggevende vaak niet de juiste middelen. Dus een snelle blik op het aantal Facebook- en LinkedIn contacten is niet voldoende? “Het zegt wel iets natuurlijk, maar het vertelt je niet of die contacten ook een bruikbaar netwerk opleveren. Dat veel contacten zogeheten ‘zwakke relaties’ zijn, is helemaal niet erg, zegt Notten. “Van je zwakke relaties moet je het juist hebben. Je echte vrienden, die we ’sterke relaties’ noemen, brengen over het algemeen geen commerciële opportunities meer mee. Dat stadium ben je voorbij met hen. Je moet het in je netwerk hebben van je andere sociale contacten. Dat heeft wel onderhoud nodig, het aanboren van dat netwerk gaat niet vanzelf. Maar door je netwerk van zwakkere relaties te onderhouden, is de opbrengst hoger dan van sterke relaties.”
Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Interviews
Aug 30, 2010
Veel wezenlijker dan wat je kunt, is wie je kent, zegt Miriam Notten, directeur van La Red, Nederlands grootste netwerkadviesorganisatie. Haar advies: voeg een netwerkkaart toe aan je CV als je gaat solliciteren. En voor afdelingen P&O: toets het netwerk van de sollicitant.
Een goed netwerk wordt voor veel functies gevraagd. Echter, de werkgever kan een sollicitant of medewerker beoordelen op karakter, kennis en kunde; het beoordelen van een netwerk is lastiger, zegt Notten. Want dat blijkt vaak pas in de loop der tijd: of iemand het netwerk heeft dat gunstig is voor de functie. Een snelle blik op het aantal Facebook- en LinkedIn contacten is dus niet voldoende.
Interessant is het onderscheid dat Notten maakt tussen zwakke en sterke relaties. Dat veel contacten op Facebook en LinkedIn zogeheten ‘zwakke relaties’ zijn, is helemaal niet erg, zegt Notten. “Van je zwakke relaties moet je het juist hebben. Je echte vrienden, die we ’sterke relaties’ noemen, brengen over het algemeen geen commerciële opportunities meer mee. Dat stadium ben je voorbij met hen. Je moet het in je netwerk hebben van je andere contacten. Dat heeft wel onderhoud nodig, het aanboren van dat netwerk gaat niet vanzelf. Maar door je netwerk van zwakkere relaties te onderhouden, is de opbrengst hoger dan van je sterke relaties.”
Volgende week meer over Miriam Notten en over netwerken.
Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Heroes
Aug 11, 2010
Wie ben je, wat is je elevator pitch?
Ik ben Yvonne van Bokhoven, 39 jaar, Vice President Western Europe LEWIS PR, internationaal PR-bureau met 40 vestigingen wereldwijd. Ik ben verantwoordelijk voor de regio West-Europa. Wij zorgen dat onze klanten zoveel mogelijk op een positieve manier in de (social) media komen. Wij bedenken ideeën om hen te profileren en managen crises als deze zich voordoen.
Hoe het allemaal begon…
Ik was werkzaam als marketeer en erna als verantwoordelijke voor PR bij een Amerikaans bedrijf en kwam daar in aanraking met PR-bureaus. Ik was er niet meteen van gecharmeerd. Wel wilde ik altijd een eigen zaak beginnen. Toen ik werd gevraagd door de holding van LEWIS om een PR-vestiging voor LEWIS in Nederland te openen, aarzelde ik wel even. Zou het bureauleven mijn ding zijn? Maar de ondernemersdrang won het, en ik heb nooit spijt gehad. Het is de beste beslissing in mijn zakelijke leven geweest. PR past helemaal bij mij – het vak is me op het lijf geschreven.
Wat was de eerste stap op weg naar succes?
De eerste stap op weg naar succes was een proactieve houding. Nooit tevreden zijn en altijd vooruit kijken. Stilstand is achteruitgang, je moet continu blijven doorontwikkelen en blijven vechten. Ook moet je een enorme dosis positiviteit en optimisme hebben en altijd nieuwe mogelijkheden blijven zien.
Welk advies geef jij een startende ondernemer?
Je bruggen nooit achter je verbranden. De wereld is klein en je netwerk van enorm belang. Je moet proberen met iedereen een goede verstandhouding te hebben en houden, ook al is dat soms moeilijk. Benader mensen zoals je zelf ook benaderd zou willen worden. Ga voor langetermijnrelaties en belang in plaats van winst op de korte termijn.
Heb je een vallen en weer opstaan – moment gekend?
Ik heb een aantal van dat soort momenten gekend in de afgelopen 10 jaren in deze business. Dan lijkt alles even tegen te zitten, het ene na het andere probleem dient zich aan en de dingen gaan niet zoals je wilt dat ze gaan. Dan is het een kwestie van doorbijten en uit het dal klimmen. Met veel energie er weer tegenaan en de problemen oplossen. Als je dat dan uiteindelijk lukt, is de voldoening des te groter.
Wat zou je achteraf gesproken anders doen?
Ik zou sneller personeel hebben aangenomen met ervaring en expertise. Dan was de groei sneller gegaan; nu heb ik veel tijd moeten investeren in het opleiden van mensen. Een niet-investeringsbereid moederbedrijf hielp qua aannamebeleid ook niet echt mee.
Lessons learned?
Positief: blijf altijd jezelf, probeer jezelf te verbeteren maar accepteer ook je sterke en zwakke kanten. Verzamel mensen om je heen die je zwakke kanten aanvullen en van wie je kunt leren. Wees niet bang om fouten te maken en toe te geven dat je een fout hebt gemaakt!
Negatief: je kunt het als baas nooit goed doen. Dat kun je maar beter accepteren. Het heeft daarom geen zin te proberen om het iedereen naar de zin te maken, dat lukt toch niet.
Zet jij social media in?
Ik ben enthousiast LinkedIn gebruiker – voor het werk een onmisbare tool. Een superfijne online database die zichzelf bijhoudt – ideaal! Facebook vind ik ook te gek, zeker om op de hoogte te blijven van het wel en wee van buitenlandse vrienden en kennissen. Daarnaast ben ik fervent Twitteraar met een groeiend aantal volgers (@YvonneVB).
Hoe heb je jouw merk gebouwd?
Door mezelf te zijn en te blijven.
Hoe ga je om met deze economische crisis?
Iedere crisis biedt bedreigingen en kansen. Uiteraard zijn ook wij klanten kwijtgeraakt, die failliet zijn gegaan of geen budget meer hadden. Maar we hebben ook nieuwe klanten weten te vinden, omdat bedrijven in crisistijd op zoek gaan naar betaalbaardere alternatieven die duidelijke ROI bieden. PR wint het op dat gebied vaak van bijvoorbeeld adverteren. Dus de crisis hebben we ook in ons voordeel weten om te buigen.
Waaraan moet een merk in deze tijd voldoen om te overleven?
Een merk moet consistent zijn, en duidelijk in zijn focus. Veel bedrijven willen alles voor iedereen zijn. Ik geloof in de kracht van de niche, iets heel goed doen en duidelijk en eenvoudig communiceren over de voordelen van je aanbod. Kijk maar naar Google, en Apple, die bedrijven hebben de kracht van de eenvoud enorm goed begrepen.
Wat is jouw verdienmodel?
Wij zijn een consultancy maar rekenen loon naar prestaties – geen uurtje factuurtje. Dit is erg aantrekkelijk voor de opdrachtgever maar heeft regelmatig het nadeel dat we klanten ‘overservicen’. Dat hoort er ook een beetje bij in onze branche – je moet de verwachtingen van de klant overtreffen.
Hoe kies je jouw zakenpartners?
Het moet klikken – ze moeten dezelfde cultuur hebben als wij. En daarnaast moeten we elkaar natuurlijk meerwaarde kunnen bieden. Maar de klik is belangrijk, met mensen die niet op één lijn met je zitten, is het erg moeilijk samenwerken.
Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Interviews
Aug 6, 2010
Meer diversiteit in de top van het Spaarne Ziekenhuis gaat niet vanzelf. Yvonne Wilders, lid van de Raad van Bestuur, en manager Stéphanie de Blécourt ondertekenden daarom in mei het charter ‘Talent naar de Top’. Stéphanie de Blécourt, Denise Nio (vaatchirurg) en Dominique Boks (medisch leider verloskunde/gynaecologie en gynaecoloog) leggen graag uit waarom het belangrijk is om meer diversiteit in de top van een ziekenhuis te hebben.
Het charter Talent naar de Top is een resultante van een samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en vakverenigingen. Het beoogt meer vrouwelijk talent aan de top. Met het ondertekenen van het charter belooft ook het Spaarne Ziekenhuis een duidelijke strategie te ontwikkelen voor toestroom, doorstroom en behoud van meer vrouwelijk talent. Het Spaarne Ziekenhuis is één van de 106 ondertekenaars tot nu toe van dit charter. Goede intenties zijn er vaak wel, zegt De Blécourt. “Maar in de praktijk komt er niet zo veel terecht van de doorstroming van vrouwen naar de top van organisaties.” Door het ondertekenen van dit charter, blijven de intenties niet steken in vrijblijvendheid. Het is noodzakelijk dat meer vrouwen gaan werken en dat zij doorstromen naar de top. De Blécourt: “Bedrijven waarin de top van de organisatie uit een diversiteit aan mensen bestaat, doen het bedrijfseconomisch gewoon beter.” De noodzaak is er, ook om de vergrijzing het hoofd te bieden. Maar hoe bereiken we dat zowel vrouwen als mensen met een andere culturele achtergrond doordringen tot de top? En: hoe verhogen we überhaupt de (fulltime) arbeidsparticipatie van vrouwen?
Succesvol
Denise Nio is de enige vrouw van de acht chirurgen van de maatschap. Naast Dominique Boks zijn er nog twee vrouwelijke gynaecologen van de acht. Stéphanie de Blécourt is één van de drie vrouwelijke bedrijfsleiders, van de zes in totaal. Voor De Blécourt, Nio en Boks is een fulltime baan vanzelfsprekend. Alledrie benadrukken zij dat iedereen de vrije keuze moet hebben om (fulltime) te werken of niet. Zij hebben een duidelijke keuze gemaakt: alledrie combineren zij een fulltime baan met het moederschap. Nio: “Ik ben heel gelukkig met mijn kinderen en ik ben tegelijkertijd heel gelukkig met mijn werk.” Boks: “Van participeren in het arbeidsproces word ik een beter mens.”
Eén oppasadresje
Da’s dus duidelijk. Maar waarom werkt het voor hen om beide te combineren? Sterker nog: Nio en Boks vinden beiden fulltime werken noodzakelijk voor een specialist. Als zij de keuze hebben tussen een nieuwe collega die parttime wil werken of een die fulltime prefereert, kiezen zij onomwonden voor de fulltime kandidaat. Het is veel lastiger om de overdracht goed te regelen als collega’s parttime werken, essentieel voor een professionele patiëntenzorg. Zoals bekend gaan veel vrouwen in Nederland parttime werken of stoppen zelfs helemaal met werken, zodra er kinderen komen. Denise Nio: “De kinderopvang goed regelen, dat is stap 1. Je bent er niet met één oppasadresje. Daarnaast vraagt het van mij een mentale omslag omdat chirurgen perfectionisten zijn. Het betekent dat ik moet accepteren dat de dingen ook wel eens niet helemaal gaan zoals ik wil.”
Flexibel
Dominique Boks: “De openingstijden van het kinderdagverblijf zijn niet ingesteld op de werktijden van een medisch specialist en de meeste scholen bieden geen voorschoolse opvang, terwijl ze dit wettelijk verplicht zijn.” Stéphanie de Blécourt: “De randvoorwaarden voor fulltime werkende ouders zijn in feite waardeloos. Je moet echt verschillende alternatieven hebben voor de opvang van je kinderen. Een circuit waarop je kunt terugvallen. Anders lukt het niet.” Boks: “Als specialist heb je geen 9 tot 5 baan. Dat is niet alleen maar ‘zwaar’; het biedt wel degelijk voordelen. Flexibel omgaan met een toneelstuk op school bijvoorbeeld, waar je als ouder bij wilt zijn.” Nio: “Ter compensatie van nacht- of weekenddiensten proberen we onszelf één dag in de week vrij te plannen. De meeste artsen brengen wel eens de kinderen naar school.” Een goede opvang voor de kinderen regelen en flexibiliteit op het werk, dat lijkt de oplossing. De Blécourt: “Als we nou eens beginnen met opnieuw te kijken hoe we ons werk en de randvoorwaarden organiseren, dat lijkt me heel interessant.”

Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Heroes
Jul 28, 2010
Marianne Robben: directeur-eigenaar van fluïde reclameadviesbureau LaRobben
Wie ben je, wat is je elevator pitch?
Mijn bedrijf LaRobben draagt met trots mijn achternaam. Ik ben Marianne Robben en op 10-10-’10 raak ik de magische leeftijd van 40 jaar. LaRobben is een ‘fluïde’ communicatieadviesbureau. Op basis van de klantvraag stellen wij een tijdelijk tailormade bureau samen, dat ook weer uit elkaar gaat als de opdracht klaar is. Dat geeft flexibiliteit, maar maakt ook dat we een breed spectrum van benodigde specialisten kunnen leveren. Zo kunnen we aan de voorkant van opdrachten high-end strategie en concepting bieden, tegen een scherpe prijs omdat we nagenoeg geen vaste kosten hebben.
Hoe het allemaal begon
LaRobben bestaat al een tijdje. Ik richtte het ooit op, om meer ruimte voor dingen buiten mijn betaalde baan te creëren: schrijven, doceren, creëren en experimenteren. Langzaam werd LaRobben groter en dit jaar besloot ik full force te gaan. Ik zag de wereld de afgelopen 10 jaar sterk veranderen, maar de grote reclamebureaus evolueerden – naar mijn onvrede – niet mee naar echt nieuwe bureauformules. LaRobben heeft:
- een nieuwe kijk op communicatie. Het geloof dat een merk niet top-down vanuit een hoofdkantoor, maar in het contact tussen een merk en haar klanten wordt gebouwd.
- een nieuwe kijk op het communicatieadviesbureau. LaRobben is fluïde op alle vlakken. In de samenstelling van het team en in het ontbreken van een vaste locatie. Wij werken bij de klant, digitaal en op flexibele werkplekken door heel Nederland.
Waarom ben jij succesvol?
Succes komt door wat je doet, maar vooral door wie je bent en wat je daarmee doet. Succes komt door het beste uit je persoonlijkheid te halen. Uit je parels, maar ook uit de zwarte randjes die je hebt. Bij mij is dat een combinatie van een tomeloze ongebreidelde fantasie, groot zelfvertrouwen, discipline en de drang die ik al van kinds af aan heb om niet in de groep op te gaan, maar voor de groep uit. Ik wil stiekem een beetje ‘beroemd’ worden met alles wat ik doe.
Als je één advies zou mogen geven aan een startende ondernemer, welk zou dat zijn?
Vertrouw altijd op jezelf en wees niet bang om te falen of te verdwalen. Beide zijn juist een goed kompas om de weg te vinden. Ik ben een groot aanhanger van Nietzsche zijn “Was mich nicht umbringt, macht mich stärker”. Midden in de shit is het niet leuk vertoeven, maar als je over je schouder kijkt in de tijd, heeft het altijd iets positiefs bijgedragen aan waar je dan staat.
Hoe bouw je jouw merk/heb je jouw merk gebouwd?
Authenticiteit is volgens mij van het grootste belang. Je bent een merk, je wordt het niet.
Waaraan moet een merk volgens jou in deze tijd voldoen om te overleven?
Merken moeten open zijn, zich geëquipeerd hebben om te luisteren en faciliteren in conversaties. Tussen merk en klant, maar ook tussen klanten onderling. De meeste merken zijn erg goed in het vertellen van hun eigen corporate stories en sales praatjes, maar echt luisteren, ho maar. Als je niet past in de standaard Q&A’s, dan ben je een lastige klant. Het oude merk-denken is echt passé, dialogisch denken is de toekomst.
Wat is jouw verdienmodel en ben je daarover tevreden?
Reclamebureaus verdienen van origine hun geld vooral aan de achterkant van de organisatie. Strategisch advies en creatieve concepten zijn de motor voor daar waar het geld wordt verdiend: creatieve uitwerking en (opslag op) productie.
LaRobben werkt meer als een consultancybureau. Wij verdienen ons geld aan de voorkant met advies en ideeën. In de uitvoering daarvan klikken we ons aan de bestaande projectorganisatie van de klant, die ook zijn eigen inkoop doet. Dat levert klanten een kostenbesparing op die op kan lopen tot wel 50 procent.
Ook in afrekenmodellen probeer ik naar nieuwe vormen te zoeken. Fixed prices voor een project, als klanten financiële zekerheid zoeken. Samenwerkingsvormen waarin LaRobben nieuwe creatieve ideeën lanceert in ruil voor een aandeel in het nieuwe bedrijf en een speciaal sterk gereduceerd tarief voor CBF goedgekeurde goede doelen.
Wat zijn je doelen voor de komende drie jaar/wat zijn je uitdagingen?
Ik heb 2010 benoemd tot mijn transitiejaar. Weg bij de grote netwerkbureaus, op weg naar nieuwe wateren. Waar het me gaat brengen weet ik ook nog niet precies, maar dat is onderdeel van de reis. LaRobben dat groter wordt en verdere nieuwe vormen aanneemt, of misschien wel een onverwachte wending die mijn creativiteit in andere vorm giet. Mijn uitdaging en drijfveer is al 40 jaar de zelfde: een beetje beroemd worden met het omploegen en inzaaien van akkers, om te kijken of het wortel schiet.
Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Interviews
Jul 2, 2010
Altijd al graag een boek op je naam willen hebben? Via blurb.com kun je al één boek laten drukken voor 35 euro. Interessant als relatiegeschenk, maar ook voor degenen die een markt voor hun ideeën of foto’s zien, want via de online boekhandel van Blurb kun je het boek aanbieden. De marketing doe je zelf. Bijvoorbeeld door met de widget Book Show op je social media een preview van het boek te geven. CEO Eileen Gittins biedt met Blurb, Engels voor flaptekst, een alternatief voor het traditionele uitgeven.
Ze is in Europa vanwege de lancering van een Franstalige Blurb-site en nu ze hier toch is, kan ze meteen aan de Engelse en Nederlandse pers en bloggers vertellen hoe goed het gaat met Blurb. Een aimabele dame, deze Eileen Gittins, die iedere vraag uitvoerig beantwoordt en telkens een interessant verhaal debiteert waaraan niet is te merken dat ze het vast al vaker heeft verteld allemaal. Dat we in een wereldwijde economische crisis zitten, is aan de cijfers van Blurb niet af te lezen. Vorig jaar steeg de omzet naar 45 miljoen dollar. Zo’n 40 procent daarvan wordt buiten de Verenigde Staten verdiend en 4 procent van de revenuen komt uit Nederland. “Juist in tijden als deze hebben mensen behoefte om hun verhaal te vertellen,” zegt Gittins. Nog wat cijfers: vorig jaar rolden 1,2 miljoen boeken van de drukpers, dat is dagelijks meer boeken, dan een gemiddelde uitgever in een jaar publiceert. Ongeveer 10 procent van al die boeken zijn wordy books, leesboeken dus. De overige zijn fotoboeken.
Dat is ook de reden dat een klein land als Nederland een relatief hoge omzet draait. “Jullie Nederlanders houden van architectuur, van design, social media en fotografie.” Gittins vergelijkt Nederland daarom wel met Californië, haar thuisbasis. Haar liefde voor de fotografie stond aan de wieg van Blurb. Als hobbyfotograaf wilde ze in 2003 van haar vele foto’s een boek maken voor familie en vrienden. Het bleek een onbetaalbaar project dat haar bovendien met een garage vol boeken zou opzadelen, want de minimale oplage was 500 stuks. Fotoboeken die je ook toen al kon laten maken van je favoriete vakantiekiekjes voldeden bij lange na niet aan de kwaliteit die zij voor haar fotoboeken wenste.
I kissed a lot of frogs
Het idee voor een printing on demand service voor kwalitatief hoogwaardige, betaalbare boeken in een oplage vanaf één exemplaar, was geboren. Als serial entrepreneur had ze zich al eerder zakelijk bewezen, waardoor twee venture capitalists over de brug kwamen met 2 miljoen dollar. “Dat lijkt veel, maar is het niet. Het was ook niet mijn idee dat aansprak, denk ik, want terwijl iedereen alles online bracht, zei ik dat er brood zat in de omgekeerde weg: van digitaal naar tastbaar product. Zij investeerden geld omdat ze vertrouwen in mij als persoon hadden. Maar: I kissed a lot of frogs.” In 2005 ging ze van start met haar eigen woonkamer als kantoor, naar goed Californisch gebruik. Ze verzamelde een clubje mensen, voornamelijk software ingenieurs, die als belangrijkste eigenschap deelden dat ze niet afkomstig waren uit de uitgeverswereld.
“Met Blurb wilden we geen geld verdienen met uitgeven, wij wilden geld verdienen met drukken. Bij uitgevers gaat heel veel tijd en geld zitten in het deel dat vooraf gaat aan het drukken van een boek en in het traject als het boek er eenmaal ligt. Redacteuren, vormgevers, marketeers, uitgevers, winkels en distributeurs, allemaal willen ze een deel van de koek.” Bij Blurb wordt het boek alleen maar gedrukt en indien gewenst online aangeboden. In een oplage die je zelf kiest. Oók als het er eentje is.
Emotioneel proces
Daarvoor was een geavanceerd en volledig gestandaardiseerd softwaremodel nodig, en partnerschappen met drukkerijen. Het eerste jaar ging op aan het ontwerpen van BookSmart, het softwareprogramma dat op zowel PC als Mac draait en waarmee de boekmaker in spe zelf zijn boek kan samenstellen. BookSmart biedt de semiprofessionele fotograaf, schrijver of kunstenaar genoeg keuzes in formaat, lay-out en papiersoorten. Maar ook weer niet zoveel dat het maken van keuzes een obstakel vormt. De software zit vol smarts: vreemde woorden worden herkend en een verkeerde paginanummering wordt gesignaleerd. Twee begrippen waren vanaf het begin belangrijk voor Gittins: “Kwaliteit en kleurmanagement. Wat wij bieden is de mogelijkheid om een boek te produceren dat in kwaliteit niet onder doet voor een boek in de boekhandel. Dat stelt hoge eisen aan het materiaal en aan de drukkwaliteit.” De relatie met haar drukkers is dan ook buitengewoon belangrijk. Er zijn er nu zeven. Vijf in de VS, een in Canada en voor Europa zetelt de drukkerij in Eindhoven. De naam prijsgeven van haar drukkerijen doet ze niet. “Een boek uitgeven is een emotioneel proces. Mensen zullen rechtstreeks contact zoeken met de drukker om te vragen hoe ver het proces is, of om te controleren of de kleur wel mooi is. Dat kunnen we de drukkerijen niet aan doen.”
Winkels voor een week
Ze strijdt tegen het idee dat in haar ogen nog steeds het imago van Blurb bepaalt: dat Blurb niets anders is dan de gemiddelde Kodak of HEMA waar je foto’s kunt uploaden om die vervolgens in een fotoboek terug te zien.
De nadruk op kwaliteit en kleurmanagement maakt Blurb ook voor commerciële partijen interessant. “Pixar en Disney zijn grote klanten van ons. Zij geven ons een goede naam, net als overigens al die miljoenen andere klanten. Word of mouth is een heel belangrijk mechanisme.”
Daarnaast zoekt ze naar manieren om haar fysieke producten, de boeken dus, te laten zien om zo een nog groter publiek te kunnen overtuigen van de kwaliteit van ‘haar’ boeken. “We gaan experimenteren met winkels voor een week; naast het tonen van al die verschillende boeken, houden we lezingen en presentaties.”
Bestseller
Voor wie nu denkt die langverwachte droom van een eigen bestseller via Blurb te realiseren, biedt Gittins een reality check. “The Butt Book van de Amerikaanse fitnessgoeroe David Kirsch overtrof al mijn verwachtingen door 60.000 exemplaren te verkopen. Hij is hier heel rijk mee geworden. Want een klein boekje als dit leverde hem 6 dollar per verkocht exemplaar op. Via een reguliere uitgever had het hem hooguit een dollar opgeleverd. But don’t quit your day job yet; hij had al een publiek. Zijn fans zaten te wachten op dit boek. Dat maakt een groot verschil. Weet je voor wie het ook interessant is om hun ideeën in boekvorm te gieten? Bloggers met een grote schare lezers.” Mooi, dat biedt perspectief. Maar gaat het fysieke boek het wel redden, met de opkomst van e-books? “We zien juist een toename van wordy books sinds de ontwikkeling van het e-book. Ik zie twee soorten boeken ontstaan. Boeken om te consumeren en boeken om te hebben. Het eerste lees ik op mijn e-bookreader. Met het tweede vul ik mijn bibliotheek; het zijn de boeken die ik krijg als cadeau of die gewoon heel mooi zijn om te hebben.” En nu ze toch aan het voorspellen slaat: tijdschriften zullen verdwijnen uit de schappen. “De vorm waarin we dergelijke informatie en beelden tot ons nemen, zal een digitale vertaling krijgen.” Zelf bewijst ze met Blurb keer op keer op alle ontwikkelingen in te springen; toen bleek dat de iPad geen Flash ondersteunde, wat voor de social media-widget Book Show vereist is, werd onmiddellijk een html-versie voor de iPad geschreven. “Het kostte ons 48 uur. En een heleboel bier en pizza.”

Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Heroes
Jun 21, 2010
Wie ben je, wat is je elevator pitch?
Ik ben Fabienne van Dillen, ondernemer sinds 1999. Ik heb twee passies en twee bedrijven:
- Reclame en marketing gericht op kinderen en jongeren. JuniorSenior staat voor senior marketeers voor een junior doelgroep. Wij zorgen dat onze klanten op een originele, dynamische en moderne manier communiceren en daarbij goede resultaten behalen.
- AbFab Coaching om mensen (kinderen en volwassenen) hun passie en talent te laten ontdekken en vrij te worden van blokkades die iedereen gedurende zijn/haar leven tegenkomt en meeneemt. Deze methode (NEI therapie) is een continue verrassing voor mij.
Hoe het allemaal begon:
Het idee voor mijn onderneming ontstond vanuit het gevoel iets te willen doen voor het welzijn van kinderen. Daaruit vloeide de missie voort om de wereld een beetje leuker te maken met positieve communicatie. Het coachen van jonge mensen is een logische next step. Ik kom nu heel persoonlijk met hen in contact. Dat geeft veel voldoening.
Waarom ben jij succesvol?
Het succes zit ‘m in met passie en overtuiging iets willen bereiken. Ik heb nooit een dag gedacht dat ik moest werken. Het ondernemen is onderdeel van mijn leven en ik kan werk niet ‘uitzetten’. Daarnaast waren we een van de eersten als jongerenreclamebureau. De focus op een niche-markt was vanaf de start een goede keuze.
Welk advies geef jij een startende ondernemer?
Ik help veel startende ondernemers om in de juiste ‘flow’ te komen, en eventuele angsten, onzekerheden en blokkades voor te zijn. We doorlopen alle processtappen die nodig zijn voor het creëren van een succesvol bedrijf.
En het werkt echt.
Heb je een vallen en weer opstaan – moment gekend?
Jazeker. De crisis in 2009 heeft het ons ook flink moeilijk gemaakt.
Inmiddels zie ik ook de positieve kant ervan. Het was erg leerzaam hoe je moet handelen als alles in een neerwaartse spiraal zit. Je wilt zo graag vasthouden aan wat je hebt, maar het is beter om snel te handelen en in te spelen op de veranderende omstandigheden.
Wat zou je achteraf gesproken anders doen?
Niets.
Wat is jouw lesson learned?
Mijn belangrijkste les is om niet gestressed te raken en de volle overtuiging te hebben dat het goed komt. En als het niet goed komt, is dat ‘meant to be’.
Zet jij social media in?
Ik gebruik LinkedIn, Twitter, Facebook en blogs op verschillende netwerken.
Waaraan moet een merk volgens jou in deze tijd voldoen om te overleven?
Authenticiteit en originaliteit. De sympathie van klanten krijg je tegenwoordig niet meer met behulp van dure advertenties of spots op TV. Er wordt veel meer gekeken naar je ‘virtual reputation’. En die kun je tegenwoordig praktisch gratis opbouwen.
Hoe kies je jouw zakenpartners?
‘You meet who you need’. Ik ben trouw aan mijn oude netwerk van leveranciers en zakenpartners, maar er komen ook nieuwe contacten bij.
Daar leer je ook weer van.
Wat zijn je doelen voor de komende drie jaar / wat zijn je uitdagingen?
Zoveel mogelijk mensen laten zien hoe je met passie en met gebruik van je kerntalenten een fantastisch leven kunt hebben, waarin al je dromen uitkomen.
Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Interviews
Jun 1, 2010
Al twintig jaar aan de top en ook in tijden van crisis succesvol:
Frédérique Constant, een Zwitsers horlogemerk met een onbetwistbare Nederlandse basis. Aletta Stas laat met haar man Peter zien hoe je dat doet. Het recept voor een succesvol zakelijk bestaan: “Consequent vasthouden je strategie.”
Schrijven over lifestyle, smaak of above all mode hoeft niet je cup of coffee te zijn; mensen met een verhaal tref je gelukkig overal. Want als je het voor elkaar krijgt om in een gesloten bastion als de Zwitserse horlogemakers zowel fysiek als qua positionering een plek te veroveren te midden van hen, dan maakt dat op zijn minst nieuwsgierig. Het verhaal achter Frédérique Constant is even Hollands als tot de verbeelding sprekend, zonder een tegenstelling tussen die twee te willen suggereren.
Passie
Aletta Stas en haar man Peter werkten in de jaren 80 van de vorige eeuw beiden bij internationale ondernemingen. Hij bij Philips, zij bij ING.
Beiden hadden echter het idee dat ondernemerschap hen zou passen.
Een passie voor uurwerken en horloges was er ook al vroeg. “Mijn vader reisde vroeger veel en nam wel eens een horloge voor mij mee. Een Japans horloge met hologram heeft mij jarenlang mateloos gefascineerd.”
Een eigen onderneming was weliswaar doel, maar het zou hen geen windeieren moeten leggen. Het betekende dat de passie voor horloges alleen een interessante zakelijke vertaling zou opleveren, met een lucratief business model. Op vakantie in het Zwitserse Bern rijpte langzaamaan een idee. “Wat ons opviel was dat juwelier Bucherer naast de Zwitserse horlogemerken in de hogere prijscategorieën, ook een huismerk verkocht dat niet minder mooi was. Het was wat ons betreft niet zo dat alleen de gerenommeerde horlogemerken kwaliteit uitstraalden en indruk achterlieten. Met dat gegeven besloten we wat te doen.” Het echtpaar ontwikkelde het idee van een merk dat zich qua techniek en esthetiek kon meten met de gevestigde horlogemerken, maar qua prijs gunstiger in de markt zou liggen. “We wilden niet slechts de interesse wekken van een selecte en elitaire groep verzamelaars, maar interessant zijn voor een bredere groep van enthousiastelingen. Met kwalitatief hoogwaardige horloges tegen redelijke prijzen. Affordable luxury dus.”
Keurmerk
Inmiddels woonden zij voor hun werk in Hongkong. Rond 1991 maakte Peter Stas in de avonduren een zestal prototypes voor het te lanceren merk. Een bestelling van 300 exemplaren maakte het noodzakelijk dat Aletta Stas het productieproces zou gaan inrichten. De keuze voor Zwitserland was evident. “Het imago van de Zwitserse uurwerken is onaantastbaar. Het is gebaseerd op vakmanschap dat nimmer betwist wordt, voor zowel mechanische als quartz-uurwerken. Een horloge voorzien van het Swiss-keurmerk zegt dan ook precies wat het zeggen moet.” Het was eerst nodig een leverancier te vinden. Dat lukte wonderwel vrij gemakkelijk via de Fédération Horlogère Suisse. “Ik verwachtte dat een leverancier moeite zou hebben om een nieuw merk met niet-Zwitserse roots te ondersteunen, maar dat was niet het geval.”
De vervolgstap was het vinden van een partner in Genève, om het Swiss-keurmerk op de wijzerplaten te mogen zetten.
Voeten in de aarde
Daarna breidden de orders zich gestaag uit. In 1997 volgde de keuze om er samen voor te gaan. Het echtpaar Stas verhuisde naar Zwitserland. Dat had nog wel wat voeten in de aarde. Want produceren in Zwitserland is één ding, als buitenlanders wonen en werken in het Zwitserland van toen nog strikt opgedeelde Europa, was een andere. Toen de businessplannen waren goedgekeurd en de verhuizing een feit was, werd een eigen assemblage opgezet, om het in elkaar zetten van de horloges geheel in eigen hand te houden. “Dat is nog steeds niet vanzelfsprekend; er zijn verschillende merken die het productieproces uitbesteden.”
Eigen uurwerk
In de jaren die volgden, werd steeds een grotere vestiging betrokken. In 2005 besloten zij om te verhuizen naar Plan les Ouates, in de volksmond Plan les Watches geheten. Er staat nu een middelgrote assemblage van 3200 m² waarin alle activiteiten van Frédérique Constant plaatsvinden.
Buren zijn Piaget, Harry Winston, Rolex en andere grote namen. Maar fysiek uitbreiden was niet het enige dat zij deden. Om zich te blijven onderscheiden in de markt, besloten ze een eigen uurwerk te ontwikkelen.
“Het moest een onderscheidend model zijn, passend bij de kwaliteit die wij nastreven. Klassiek en herkenbaar.” Niet alleen wilde Frédérique Constant laten zien dat het een serieus te nemen merk was, er was ook de behoefte om het al eerder ontworpen heartbeat-horloge een eigen plek te geven en de concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Het heartbeat-horloge kreeg zijn naam omdat het aan de voorzijde een opening in de wijzerplaat heeft, waardoor het laat zien dat het een mechanisch horloge is. Op de plek waar de wijzerplaat 12 uur aangeeft, zit een ronde uitsparing waardoor te zien is dat het ‘tikt’ alsof het de hartslag betreft. Er zaten drie jaar van ontwikkeling in het eigen uurwerk. In 2004 werd het gelanceerd en volgde ieder jaar weer een nieuw model. Waarin achtereenvolgens de maanstand werd getoond, een automaat het licht zag en een eigen Tourbillon op de markt kwam: een horloge dat de invloed van de zwaartekracht vereffent om zo mogelijke onnauwkeurigheden teniet te doen.
Affordable luxury
De wereldwijde economische crisis die eind 2008 inzette, zorgde ervoor dat de horloge-industrie 30 procent inleverde op zijn omzet. Voor Frédérique Constant betekende het stagnatie van de omzet, die tot dan toe ieder jaar met ongeveer 25 procent toenam. Waarom lukt het Frédérique Constant wel om overeind te blijven in deze moeilijke markt?
“In tijden van crisis gaan mensen toch of juist op zoek naar mooie spullen.
Kwaliteit staat dan voorop; het moet wel duurzaam zijn, want er is immers minder geld. Daarbij valt de keuze eerder op een merk dat dit in zich heeft, maar geen al te hoge prijzen vraagt. Voor mid-range producten is een crisis dus niet het einde van de wereld, al betekent het voor ons natuurlijk ook een daling van inkomsten vergeleken met de jaren daarvoor.” Maar de wensen van de consument zijn niet de enige reden voor succes. “Wij zijn blijven vasthouden aan onze strategie om affordable luxury te leveren. Wij hebben zo doelbewust gezocht naar een strategie waarin wij met hart en ziel geloven, dat we onder invloed van externe factoren daarvan niet zullen afwijken.” De vergelijking met koffiemerk Nespresso dringt zich hier op. Want ook Nespresso levert affordable luxury. En ook zij blijven rigide vasthouden aan hun strategie. Dat Nespresso van Zwitserse origine is, mag een saillant detail heten.
Onbereikbare wereld
Naast verkoopcijfers blijkt uit eigen onderzoek dat de strategie aanslaat bij de doelgroep. “Uit een onderzoek onder mensen die in het vliegtuig duty free een Frédérique Constant aanschaften voor rond de 350 euro, blijkt dat mensen dit model kochten omdat het de uitstraling heeft van een Patek, voor een prijs die daar ver onder ligt.” De marketing van Frédérique Constant is uiteraard met een flink sausje affordable luxury overgoten. De advertentiecampagnes die in Zwitserland worden bedacht, bestaan grotendeels uit fotomateriaal van auto’s, boten en aan sport gelieerde persoonlijkheden, met opvallend veel zeilers en polospelers. Die niettemin een factor ‘identificeerbaarheid’ in zich dragen: het is niet een onbereikbare wereld die wordt gecreëerd, maar eentje die op dit moment nog niet de onze is.
De distributie wordt merendeels door lokale distributeurs ter hand genomen, die kennis hebben van de lokale markt. Distributeurs die met zorg worden uitgekozen zoals Paul Simons in Nederland. Affordable luxury: het lijkt een uitstekende strategie om te overleven in tijden van crisis. Of het is een rotsvast geloof in de eigen strategie en het niet afwijken van dat pad, dat garant staat voor succes. Toch iets om over na te denken.
Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Female Business Heroes
May 27, 2010
Wat is je elevator pitch?
Ik ben 44 jaar en al bijna 20 jaar ondernemer. Ruigrok | NetPanel is een full service marktonderzoekbureau met hart voor kwalitatief en online onderzoek. We onderscheiden ons door steeds te innoveren en door onze persoonlijke aanpak.
Plezier, Persoonlijk en Pragmatisch zijn onze kernwaarden en we onderzoeken voor alle grote merken en organisaties in Nederland.
Hoe het allemaal begon
Op de middelbare school wilde ik al een eigen bedrijf opzetten. Toen dacht ik nog in de reclame omdat me dat zo glamoureus leek, maar het is onderzoek geworden omdat ik enorm nieuwsgierig ben en op deze manier kan ik alles vragen wat ik wil. Ik heb een half jaar bij een marketingadviesbureau gewerkt en toen dacht ik: dat kan ik ook (en als het niet lukt, ben ik 26 en dan kan ik altijd nog op zoek naar een baan). Maar het lukte goed. We zijn nu met 18 medewerkers en een omzet van ruim twee miljoen per jaar.
Waarom ben jij succesvol?
Plezier en enthousiasme dwingen succes bijna af, maar je moet het wel waar maken met kwaliteit en toegevoegde waarde. Daarnaast geloof ik in het delen van kennis en verdiensten, dat leidt altijd tot effect.
Welk advies geef je een startende ondernemer?
Niet bang zijn. Geloven in je eigen kracht en vooral doorgaan – om met Barry Stevens te spreken.
Heb je een vallen en weer opstaan – moment gekend?
Het klinkt als een zondagskind, maar ik heb weinig tegenslagen gekend in mijn ondernemerschap. Ik ben ook een ouderwetse ondernemer: eerst geld verdienen en dan uitgeven, dus grote risico’s heb ik nooit gelopen. In mijn eerste ondernemersjaar had ik een dubieuze debiteur voor ongeveer een kwart van mijn jaaromzet. Achteraf had ik op mijn intuïtie moeten afgaan omdat ik het al een vreemde vent met een vreemd verhaal vond.
Wat zijn jouw “lessons learned”?
Ik heb een praktische tip die heel goed werkt: laat iedereen elk half jaar van werkplek veranderen. Op die manier blijft iedereen veranderingsgezind, leert iedereen van elkaar, ontstaan er geen wij/zij-groepjes en het ruimt ook lekker op! Ook: neem geen mensen aan met dezelfde karaktereigenschappen als jijzelf.
Je moet aanvulling zoeken en geen confrontatie.
Zet jij social media in en hoe dan?
Wij bloggen, volgen sociale netwerken op de voet door middel van onderzoek en twitteren. Alleen als je er zelf ook lol in hebt, is het authentiek en werkt het ook.
Hoe heb je jouw merk gebouwd?
Vanuit gezond verstand en vanuit een visie. Wij hebben met elkaar kernwaarden geformuleerd en bepaald welke positie we in de markt willen innemen. Wees consequent en open.
Hoe ga je om met deze economische crisis?
Aanvragen en werk hebben we gelukkig ruim voldoende, ook nu, al staan de prijzen onder druk. We proberen ons prijsbeleid overeind te houden (we willen zeker geen discounter zijn) en kijken of we op een slimme manier toch zaken kunnen doen ook al nemen de budgetten af.
Hoe overleeft een merk in deze tijd?
Authenticiteit, openheid, betrouwbaarheid en afspraak is afspraak.
Wat is jouw verdienmodel?
Wij zijn een urenorganisatie en werken altijd met fixed prices. Ik zou wel op nacalculatie willen werken, maar daar komen we in onze markt niet mee weg.
Hoe kies je jouw zakenpartners?
Op instinct en via navraag in mijn netwerk.
Wat zijn je doelen voor de komende drie jaar?
Uitbouwen, groeien en bloeien. Afgelopen jaar zijn we begonnen met werknemersparticipatie. Ik hoop dat in de toekomstige jaren verder uit te bouwen en (nog) meer verantwoordelijkheden over te dragen. Zelf ben ik net vers gemeenteraadslid en als de politiek bevalt, valt daar nog heel veel te doen in combinatie met het ondernemerschap!
Geplaatst door Ellen Kleverlaan
Nieuws
May 18, 2010
Vanmiddag om 17.00 uur gaat womeninproverbsworldwide.com de lucht in. De website heeft een illustere ondertitel: Never marry a woman with big feet. De bij de Universiteit Leiden ondergebrachte website verzamelt spreekwoorden over vrouwen van over de hele wereld. Het zijn er al meer dan 15.000; verzameld door emeritus hoogleraar interculturele literatuurwetenschap en schrijver Mineke Schipper. In 2004 verscheen een boek van haar hand met dezelfde strekking, inmiddels een regelrechte én internationale bestseller.
Wat volgens de schrijver opvalt is dat de spreekwoorden bijna allemaal het perspectief van de man vertegenwoordigen. We kunnen er dus eigenlijk uit leren hoe mannen tegen vrouwen aankijken. Hier en elders.
En dan blijken er tussen hier en elders niet zo veel verschillen te zijn; veel spreekwoorden bestaan ook in een andere taal. Culturele verschillen blijken niet zo groot waar het spreekwoorden over vrouwen betreft en dus waar het gaat om hoe mannen tegen vrouwen aankijken. De vrouw wordt er meestal negatief in neergezet. Zo simpel is het.
De bedoeling van de website is dat mensen hun aanvullingen kwijt kunnen. Kijken, genieten, aanvullen en gruwelen dus, want politiek correct zijn ze veelal niet, dat moge inmiddels duidelijk zijn. Nog even opgezocht waarom mannen geen vrouwen met grote voeten zouden moeten trouwen. Voor zover mij duidelijk wordt, weerspiegelen grote vrouwenvoeten de angst voor gezagsverlies. Gelukkig maar dat dit spreekwoord in ons taalgebied niet meer actief wordt gebezigd.
