Author Archive

De boosheid van Mariko Peters

In het licht van het wereldleed was het een affaire van niks, maar die gedachte heeft haar denk ik niet echt geholpen: Mariko Peters, Groen Links Tweede Kamerlid, werd er van beschuldigd haar prille geliefde ooit aan subsidie te hebben geholpen. Als we het niet over de ranzige details gaan hebben (de gênante privé-mails, de beschuldigingen over kinderontvoering, de vraag wie die mails eigenlijk gelekt heeft) dan houden we een politica in het nauw over.
Peters weigerde lang om commentaar te leveren omdat het privékwesties betrof. Toen ze uiteindelijk toch commentaar gaf hoorde je aan haar antwoorden dat ze heel pissig was over de beschuldigingen. En die boosheid speelde haar parten in haar presentatie. Kijk eerst even naar dit commentaar:

Het klinkt niet fijn. De zinnen zijn geconstrueerd, Mariko duwt op de woorden. De steeds omhoog gaande intonatie heeft niets meer met gewoon praten te maken maar alles met een ingestudeerd praatje. De oneliners voelen geharnast aan en wekken weinig sympathie op. En bovenal: je mist transparantie: het lijkt niet de bedoeling dat we iets van haar echte gedachten en gevoelens meekrijgen. Wat daar aan de binnenkant aan irritatie, boosheid of angst voor uitglijders zit is door mediatraining aan de buitenkant gecorrigeerd. Afdekken, toedekken, buitenkant managen.
Helaas is ‘de buitenkant managen’ alleen een optie voor de echte goede toneelspelers. Gewone mensen lukt dat nauwelijks omdat de binnenkant dan toch aan alle kanten naar buiten gluurt. “Bent u teleurgesteld?” vraagt de journalist. “Helemaal niet!” grimlacht de geïnterviewde terwijl de samengeknepen lippen iets anders verraden.
Maar wat dan? Had Mariko daar de verslaggevers met de aantekeningenblokjes om de oren moeten slaan? Had ze moeten zeggen dat ze ‘geen ene moer te maken hebben met haar privéleven en dat het gesodemieter nu over moet zijn?’ Niet helemaal sociaal wenselijk. Als je de buitenkant niet goed in het gareel krijgt zul je de binnenkant moeten managen. Je moet een manier verzinnen om niet meer boos of bang te zijn voor de vragen zodat je onbekommerd transparant kunt zijn. Dat klinkt een stuk lastiger dan het toepassen van de tips & trucs uit de mediatraining.
Maar hee… heeft iemand ooit gezegd dat het makkelijk was?

Foto: Joost van der Borg

Het zelfbewustzijn van Sylvie van der Vaart

Megacharmante voetbalvrouw Sylvie van der Vaart huppelt van tv-studio naar fotoshoot naar interview. Ze haalt voortdurend het nieuws met de ins en outs over haar ziekte, de lengte van haar coupe en de inrichting van haar huis. We kunnen niet anders dan bewonderend toekijken hoe deze kleine vrouw een gigantische carrière weet vorm te geven.

Kenmerkend aan Sylvies uitstraling is haar grote zelfbewustzijn. Effectieve communicatie kent een gemiddelde aandachtsverdeling. Grofweg kun je stellen dat als je met iemand praat, of als je presenteert, je 20 procent van je aandacht nodig hebt voor jezelf, 20 procent voor je verhaal en 60 procent voor de ander. Als je ongeveer in die aandachtsverdeling zit, voel je je comfortabel, maak je contact en praat je makkelijk. Mensen met spreekangst vertonen heel andere scores: zij hebben zo’n 80 procent aandacht voor zichzelf, 10 procent voor hun verhaal en een zielige 10 procent voor hun publiek. Omdat zij zich voortdurend zorgen maken over zichzelf (zien ze dat ik rood word? Waar laat ik mijn handen? Hoe zal ik gaan staan?) hebben ze last van wat we noemen een verhoogd zelfbewustzijn. Ze bekijken zichzelf vanaf buiten en proberen zich als een soort regisseur bij te sturen.
Iedereen die wil weten wat daar zo erg aan is, moet maar eens proberen heel bewust een slokje water te nemen. Grote kans dat je het benauwd krijgt.

Maar terug naar Sylvie. Zij vertoont namelijk een soortgelijk hoog zelfbewustzijn, alleen heeft zij er in tegenstelling tot spreekangstigen geen last van. Je ziet aan de manier waarop ze heur haar met twee gemanicuurde vingers even schikt. De manier waarop ze even leuk uit een hoekje kijkt. Niets gebeurt even gewoon, niets is alleen maar functioneel, alles is mooooi. Glimlachen, staan, lopen, allemaal even bevallig. Als model is ze gewend om zichzelf via haar ‘derde oog’ te bekijken en eventueel aanpassingen te maken. Is het dan niet irritant om naar iemand te kijken die alleen maar met zichzelf bezig is? Jawel, best wel. Vooral omdat je je realiseert dat iemand die met zichzelf bezig is, niet geïnteresseerd kan zijn in jou. Het verhoogde zelfbewustzijn staat echt contact in de weg. Maar buiten dat is er wel iets heel interessants te constateren bij Sylvies zelfabsorptie: daar waar gewone mensen door zelfbewustzijn in een kramp schieten en niet meer normaal kunnen bewegen, zie je Sylvie stralen. Hoe is dat mogelijk? Waarom heeft zij ogenschijnlijk weinig last van een te hoog zelfbewustzijn en de gemiddelde vrouw wel? Uiteindelijk blijkt dan dat, nóg meer dan de aandachtsverdeling, de interne dialoog die we voeren het meest bepalend is voor onze uitstraling.

Veel vrouwen stellen hoge, soms onmogelijke eisen aan zichzelf. Daardoor worden momenten van onzekerheid maar al te vaak begeleid door dodelijke interne oordelen: “Moet je mij zien hakkelen, wat ben ik toch een domme koe…”. Doe dat drie keer en je weet zeker dat je je mond niet meer opendoet. Dan is Sylvies variant wellicht te prefereren. Elke keer dat je hinderlijk naar jezelf zit te kijken, zeg je: “Ik ben fantastisch”. Kijken wat er dan gebeurt.

fotografie door Serge Guerrand

Female Business Hero in analyse: Nina Storms

Nobbe en Mieras maken voor The Next Women NL analyses van prominente vrouwelijke Nederlanders. Een maand geleden vroegen wij aan de lezers van The Next Women NL wie de volgende female business hero in analyse zou moeten zijn. We loofden hun pas verschenen boek ‘Meestersprekers‘ uit voor de beste suggesties van onze lezers.
Deze keer Nina Storms. Een suggestie van Petra Dondorp. Gefeliciteerd Petra, ‘Meestersprekers’ komt naar je toe! Ook nog meedoen? Doe een suggestie en pak dat boek. -
redactie TNW

Foto Rien Zilvold

Nina Storms (aka Nina Brink) is een geval apart. Deze voormalige voorzitter van de Raad van Bestuur van World Online is keer op keer in het nieuws. Is het niet vanwege een onfortuinlijke beursgang waar ze als een van de weinigen veel geld aan heeft verdiend, dan is het wel vanwege de vuistdikke biografie van journalist Eric Smit met vermeende details over astrologiebezoeken en sm-praktijken.
Zelf is ze publiekelijk ontdaan over de negatieve publiciteit die ze iedere keer haalt. Ze beklaagt zich over de negatieve reacties die ze op haar uiterlijk krijgt en schrijft dit toe aan vrouwonvriendelijkheid binnen de zakenwereld.
We kunnen ons goed voorstellen dat mevrouw Storms ongelukkig wordt van de ellende die ze over zich heen krijgt: wie op internet ziet wat een agressie haar verschijning lijkt op te roepen. Toch zijn de heftige reacties niet alleen een ouderwets staaltje vrouwvijandigheid. De combinatie van Storms’ uitstraling en haar achtergrond zijn nu eenmaal een groot contrast. In het algemeen gaat ze gekleed in tamelijk conservatieve pakjes. Haar kleding is formeel, grijs of donker en van een Amerikaanse tuttigheid. Haar haar zit al jaren in een soort gedownsizede Beatrix-coupe. In televisieprogramma’s verschijnt ze met dochter en schoothondje (een frivoliteit die we eigenlijk alleen van Paris Hilton-achtige types kennen). Om het plaatje compleet te maken is ze tegenwoordig getrouwd met een Rambo-journalist en maakt ze veelvuldig gebruik van Botoxbehandelingen waardoor haar expressie, wat zal ik zeggen, ánders overkomt.

Al met al is de toeschouwer volledig in verwarring. Wat hebben we hier? Een degelijke investor? Een frivole celebrity? Een wereldvreemde excentriekeling? Nina geeft zoveel verschillende signalen af dat dit automatisch spanning bij het publiek oproept. Omdat ze verder een leven leidt dat voor de meesten van ons weinig herkenbaar is, is het ook lastig om ons met haar te identificeren. Hierdoor valt de optie ‘medelijden’ al meteen af. De andere opties die er zijn om de spanning te reduceren zijn ‘lachen’ of ‘geïrriteerd raken’. Niet uit vrouwonvriendelijkheid, maar vanwege de ongerijmdheid die we bij haar ervaren.

Foto: Rien Zilvold

Female Business Hero in analyse: Annemarie van Gaal

Annemarie van Gaal (1962) richtte in Moskou een uitgeverij op en leidde onder andere de Telegraaf Tijdschriften Groep. Door haar optreden als investeerder in het programma Dragon’s Den en haar boeken en televisieprogramma’s over omgaan met geld, is zij op dit moment een van de bekendste zakenvrouwen in Nederland. Begrijp me goed, ze is niet de beste of de rijkste of de invloedrijkste zakenvrouw van Nederland, ze is de bekendste.

Het mooie van mediabekendheid is dat de persoon in kwestie een soort symbool en prototype voor een hele groep niet-bekende mensen wordt. Als die groep dan ook nog een onderbelichte groep is, zelfs een rolmodel. Zo konden menigten mensen hun emoties nauwelijks de baas toen Obama als eerste kleurling het presidentsambt bemachtigde. In hun ogen was het aantreden van de zwarte president een dijkdoorbraak die de weg opende voor andere kleurlingen: als hij het kan, kan de rest het ook. Dat is natuurlijk niet zo. (De weg naar een samenleving waarin blank en zwart evenveel kansen krijgen is namelijk nog lang niet ten einde.) Maar daar gaat het nu niet om. Want interessant is hoe een rolmodel eigenlijk werkt.

Het feit dat anderen inspiratie of hoop uit het leven van een rolmodel putten heeft te maken met één van de belangrijkste wetten die er bestaan: de wet van de identificatie. Wie houdt het droog bij het moedige hondje dat op het einde van de film toch nog overlijdt? Wie blijft rustig zitten bij het meisje in de horrorfilm dat op het punt staat de deur met het monster te openen? Het maakt niks uit of we onszelf voorhouden dat ‘het toch niet echt is’, de emoties die het hondje en het meisje oproepen zijn wel echt. Iedereen die zich laat inspireren door een rolmodel identificeert zich dus met die bewuste persoon.

En wat heeft dit alles nu met Annemarie van Gaal te maken? Laat ik het bekennen, ik vind haar inspirerend. Als je haar optreden analyseert zie je een vrouw van in de veertig in een mooie jurk. Wie interviews met haar gelezen heeft weet dat ze een leven met ongekende hindernissen achter de rug heeft die ze glorieus heeft overwonnen. Haar uitstraling is tegenstrijdig: doordat haar zinnen aan het einde bijna standaard hoog eindigen, ze snel praat en daarbij haar hoofd veel beweegt, komt ze kwetsbaar over. Helemaal niet de houwdegen die ze gezien haar staat van dienst toch ook wel moet zijn. Kleine gebaren zoals de omhoog gerichte kin waardoor ze haar nek laat zien, de beweeglijke handen en het zuidelijke accent versterken dit beeld. Toch zou niemand het durven haar weg te zetten als een kwetsbaar ‘meisje’. Haar reactie op een provocerende vraag van de interviewer verklaart denk ik waarom: Van Gaal lacht vrijuit een hoge lach en geeft vervolgens zonder enige terughoudendheid antwoord. Niets in haar non-verbale signalen wijst op enige angst of spanning veroorzaakt door de gemene vraag. Hier is een vrouw te zien die zo sterk is dat ze volkomen transparant en authentiek durft te reageren. Wie onaantastbaar is durft z’n buik te laten zien. Ik zeg dat ze een rolmodel is.

Meestersprekers: Hedy d’Ancona

In het afgelopen anderhalf jaar werkten we aan het boek ‘Meestersprekers, over de kunst van het spreken’ dat september dit jaar zal verschijnen bij Academic Service. In dit boek komen negentien bekende sprekers aan het woord, waaronder Hans Wiegel, Ben Tiggelaar en Hedy d’Ancona. Zij geven diepgaande en verrassende inkijkjes in de praktijk van het presenteren. Bij wijze van voorpublicatie vind je hier een deel van ons interview met Hedy d’Ancona.

Beschouwt u zichzelf als een goede spreker?
Je weet natuurlijk niet of je zelf een goede spreker bent, ik denk het wel. Je hoort het van anderen, dat ze zeggen dat ze tevreden zijn, dat je daar complimentjes over krijgt. Niet altijd hoor. Het gaat ook wel eens een keer niet zo goed omdat je je toch verkeken hebt op het soort mensen of zo. En daar moet je ook weer niet ongelukkig over zijn.

Is presenteren te leren?
Ja, je moet het leren. De één zal het makkelijker leren dan de ander. Ik heb het geleerd omdat ik in mijn studententijd jarenlang cabaret heb gedaan. Niet iedereen heeft hetzelfde dramatische talent. In onze Tweede Kamer is het niet dik gezaaid. Marijnissen kon het heel goed, was echt iemand van de dramatiek. Femke Halsema kan het ook behoorlijk goed. Zij wilde ook altijd toneelspeelster worden, dus die leeft daar iets in uit. Mariëtte Hamer, hoe aardig ik haar ook vind, meeslepend spreken is niet haar sterkste punt. Agnes Kant was er ook niet zo goed in. Nou ja, je moet ook weer niet hysterisch worden, dan vind ik het weer eng. Maar je moet wel een beetje ver durven gaan. En verder, je leert van de keren dat het niet goed ging, van je eigen fouten. Je kunt wel een andere spreker heel erg goed vinden, maar je kunt iemand anders natuurlijk nooit nadoen. Je moet echt proberen om je eigen persoonlijkheid te bewaren. Dus niet van: ‘Nu ben ik de spreker’ en ineens zo’n toon aanslaan. Je moet, en dat is moeilijk, zo dicht mogelijk op je eigen persoonlijkheid blijven zitten.

Ziet u verschil in spreken tussen mannen en vrouwen?
Ja, dat zie ik zeker, daarom zeg ik ook: ‘Probeer toch een beetje in de buurt van jezelf te blijven’. De voorbeelden van sprekers die we met de paplepel ingegoten kregen zijn toch meestal grote mannen. En dat is dus niet wat je na moet gaan doen. Misschien zijn vrouwen die dat wel doen bang dat ze anders niet serieus genomen worden.

Kunnen Nederlanders spreken?
Ik heb tien jaar lang in dat Europees Parlement gezeten, dus dan zie je dat Fransen en Italianen prachtig kunnen praten. Nederlanders hebben daar helemaal geen opleiding in, terwijl ik weet, ik heb neefjes in Frankrijk, dat je daar leert spreken op de middelbare school. Je leert discussiëren, dat kunnen wij ook niet goed. En ze leren oreren, dat leren wij ook niet, zelfs toen ik studeerde las je alles van papier als je iets moest voordragen. Maar hier in Nederland, wie kan er nou leuk spreken? Balkenende, dat vond ik helemaal niks. Ik vind Halsema dan eigenlijk nu de beste. En verder zie ik daar geen fantastische voorbeelden.

Hoe belangrijk is dat, te kunnen spreken, als je invloed wil uitoefenen?
Dat is erg belangrijk. Het is erg belangrijk om mensen mee te krijgen. Dat mensen denken: ‘Ja, zo is het.’ Het is toch de kunst van het verleiden en dat geldt niet alleen maar voor de politiek. Nou is het een tijd uit geweest, ook in de politiek. De politiek heeft last van ontideologisering, maar je ziet bijvoorbeeld aan Obama dat er kennelijk toch mensen achter je aan lopen, als je het goed kunt.

Wat is charisma volgens u?
Dat is het vermogen tot verleiden, dat is dat mensen aan je lippen hangen. Ik ben geen aanbidder van het koningshuis, maar die Máxima heeft wel een zeker charisma. Dan kan je zeggen, die ziet er zo mooi uit, maar zo lopen er heel veel van die blonde types rond, die dat haar zo hebben zitten, dus het moet iets meer zijn. Sommige mensen hebben het niet alleen aan hun schoonheid te danken maar aan iets anders. Ik denk aan zo iemand als Fortuyn, was ik ook geen liefhebber van, maar die moet charisma gehad hebben. Het was natuurlijk absoluut niet iemand van wie je kon vermoeden dat hij het zich kon permitteren te koop te lopen met zijn homoseksualiteit en darkrooms. Dan moet je iets hebben, hier in dat tuttelland waar we alles al te gek vinden. Dat heeft Wilders volgens mij niet. Overigens is er een verschil tussen charisma en personificatie. Charisma is veel mystieker, heeft veel meer met iemands echte persoonlijkheid te maken. De personificatie van de politiek is meer dat de minister-president Jan Smit een telegram gaat sturen om hem beterschap te wensen met zijn stembanden. Dat soort van idiotie. Dat ‘ik ben zo gewoon gebleven’, daar heb ik een ontzettende hekel aan. Zoals ik het ook heel naar vind als ze in verkiezingstijd op vuilniswagens gaan zitten, of gaan koken voor de voedselbank, of als ze accordeon gaan spelen. Dat vind ik helemaal niks.

Is charisma ook dat wat een spreker tot een meesterspreker maakt? Is dat net dat laatste stukje?
Ja, dat zou je wel kunnen zeggen. Charisma is de slagroom op de pudding.

ADVERTENTIE