Author Archive

Bedrijf verkopen?

Heb je geen erfenis, pensioen niet geregeld en niet getrouwd met een rijke partner (m/v)? Geen nood, je kan altijd je bedrijf verkopen. Dan ben je in een klap binnen. Je kunt gebruik maken van allerlei fiscale voordelen en daarna ga je verder zwierend en rentenierend door het leven.Maar, waar moet je aan denken als je je bedrijf wilt verkopen? Is het echt zo gemakkelijk? En wat verkoop je eigenlijk? Wat levert het op en wanneer moet je ermee beginnen?In vogelvlucht waar je over kan denken:

1. Een bedrijf levert meer op als het onafhankelijker is van jou. Deze onafhankelijkheid uit zich primair in de relatie met de klanten, niet zozeer in de rechtsvorm. Als de relatie met de klanten zakelijk is (voorbeeld een webshop) is het verkopen makkelijker. Omdat je de handel verkoopt die de klanten genereren. Als klanten alleen met jou zaken willen doen, bijvoorbeeld met jou als stylist, is je bedrijf lastiger te verkopen.

2. Als je naar de balans van je bedrijf kijkt, zijn er aan de activa-kant (links, bezittingen) dingen die gewoon geld waard zijn. Bijvoorbeeld de voorraad, inventaris en openstaande debiteuren. Hier heb je al voor betaald. Als je dit kunt verkopen, is dat prettig, maar dat is niet echt je ‘ bedrijf’ verkopen. Het is gewoon je voorraad verkopen, of je openstaande debiteuren verkopen.Nu is het wel zo, mocht je de voorraad, inventaris en openstaande debiteuren geheel zelf gefinancierd hebben ( geen schulden op de passiva-zijde van de balans), dan is het fijn als je het geld cash kan maken door verkoop. Je geld zit dan niet langer vast in voorraad of inventaris. Deze cash kan je aanwenden voor pensioenopbouw.

3. Maar de droom is om het unieke van je bedrijf te verkopen. De goodwill die je hebt opgebouwd. Die goodwill komt op verschillende manieren tot uitdrukking, de meest voorkomende zijn: voorkomende zijn:

- een klantenportefeuille die blijft bij verkoop

- de naam en waar die voor staat

- de locatie – mocht je op een matige locatie gestart zijn, maar is het nu een toplocatie, of heb jij gezien dat het schoenenrepareerbedrijf daar echt gouden business is, dan verkoop je je recht ‘ op de locatie.

- productielijn/ patenten/ ontdekkingen of wat dies meer zij qua innovatie en techniek.

En dat is waar je over droomt en waar je de winst op kan maken.Maar, zoals al te lezen is tussen de regels door, er moet wel wat te verkopen zijn.Je moet eerder aan de slag. Eigenlijk zo gauw je voelt dat je bedrijf ‘een bedrijf’ is.Eerst interim je, of doe je wat klussen, of handel je in pannen vanuit je huiskamer. Je verkoopt aan vrienden en bekenden. Maar op een gegeven moment huur je iemand in die voor je interimt, en ga je opslag huren voor je pannen. Zo gauw je personeel in gaat huren, of aan anderen verkoopt dan alleen aan bekenden, begint het wat te worden.Handel is interessant, en kan groot zijn, terwijl er eigenlijk maar een iemand werkt. Als je een niche hebt (de bekende tyrips) gaat je handel door, los van wie het bedrijf draait.Bij dienstverlening is dat anders. De toegevoegde waarde van dienstverlening zit in de mensen. Dus moet er personeel zijn dat goed geschoold is. Of er dient een dusdanig neutrale relatie te zijn, dat de klanten blijven als je zaak wordt overgenomen en degene die het overneemt ongeveer jouw kennis heeft, of daar op ingewerkt wordt.Dus als je voelt dat het bedrijf wat is, niet meer alleen het verlengde van jezelf maar een zelfstandige entiteit, kan je gaan werken aan een betere verkoopbaarheid. Dat hoeft niet snel en heeft geen haast, want komende jaren moet je nog eten, maar het is een van de honderd dingen waar je aandacht aan geeft, binnen je bedrijf. Zo werk je alsnog op tijd aan je pensioen.

Wat kost een werknemer?

Dan heb je een bedrijf, en het loopt als een tierelier. Thuis alles goed geregeld, iemand die schoonmaakt, partner die drie dagen per week voor de kinderen en andere huisgenoten zorgt, boodschappen worden bezorgd en altijd uit eten.

Maar het bedrijf: je komt binnen en ziet dat de planten water moeten, het antwoordapparaat verwoed knippert en o ja, de bel is alweer kapot in dat prachtige kantoorpand waar je huurt. Dan heb ik het gewone werk, voor klanten :-) , nog niet genoemd.
En dit is los van de aandachtspunten over automatisering, marketing en financiën, want daarvoor heb je allang je adviseurs.

Het is tijd voor een pa. Een personal assistant. Maar wat kost een PA?
Of eigenlijk, in het algemeen: wat kost personeel? Want je kan natuurlijk ook een collega-adviseur of verkoopmedewerker aannemen!

Het begint met het bruto-netto verhaal. Personeel krijgt netto uitbetaald, maar als werkgever heb je te maken met bruto-lasten. Waarin zit het verschil?
1. Netto loon
2. Afdracht sociale lasten (loonheffing, premie volksverzekering en dergelijke)
3. Vakantiegeld

En dan, afhankelijk van de afspraken die je maakt, heb je kosten voor:
4. Pensioen
5. 13e maand
6. wvttk

Salarisafspraken maak je altijd bruto. Netto-afspreken is te ‘ongewis’ voor de werkgever, omdat het onduidelijk is welke fiscale regelingen gelden voor mensen persoonlijk. Als werkgever maak je bruto-afspraken.

Nu even wat getallen om te kunnen berekenen wat het gaat kosten.
Je kan ervan uitgaan dat je 14 keer het bruto-maandsalaris kwijt bent puur aan salariskosten. Dit is los van pensioen en 13e maand. Twaalf keer maandsalaris is gewoon twaalf keer het salaris, dan is er nog een ‘maand’ vakantiegeld, en dan nog wat kosten. Bij begroten/uitrekenen wat het gaat kosten is veertien keer het bruto-salaris reëel, als er geen pensioen of 13e maand is afgesproken.

Als je ook pensioen en 13e maand gaat betalen, komt het neer op 15, 16 of 17 keer het bruto-maandsalaris om het jaarsalaris te berekenen. 15e keer is de 13e maand, 16e en 17e keer is afhankelijk van afspraken over pensioen en overige zaken.

Dit zijn dan puur de jaarlijkse salariskosten.
Dan heb je nog de volgende kosten, qua tijd en qua geld. Deze lijst is als uitgangspunt, maar niet volledig.

a. Salarisadministratie – gebeurt door je administratiekantoor en is niet duur.
b. Je kunt overwegen om een ziekteverzuimverzekering af te sluiten.
c. De werkplek – denk aan bureau, computer, extra telefoon, mogelijk überhaupt een vaste telefoon?
d. Het begeleiden/inwerken. Dit neemt tijd. Zelf ben je, zeker in het begin, altijd sneller. Anders liep je bedrijf niet zo goed ;-) . Dat moet je incalculeren en hier moet je in investeren.
e. Overleg, altijd nodig om dingen door een ander te laten doen. En uit overleg volgt de zogenaamde miscommunicatie. Kost tijd, dus geld als ondernemer.
f. Trainingen, cursussen of coaching. Kost tijd, en geld.

Zijn al deze kosten dan een reden om geen personeel aan te nemen? Nee, zeker niet. Als je het goed doet, met personeel, dan zijn het gewoon investeringen. Daarna gaat het beter.
Als je wilt groeien, heb je personeel nodig, linksom of rechtsom. Personeel is ook inspirerend, geeft een bredere kijk. En op een goed moment groeien de planten ‘vanzelf’, en krijg je een WhatsAppje tijdens de vakantie van de personal assistant, of je even water wilt geven. Dan begrijp je dat er veel vanzelf gaat, wat anders nooit gebeurd was. En dat je daardoor andere dingen kan realiseren.

Inkomensvoorzieningen – pensioen (Deel 3 van 3)

Dit is een vervolg op deel 1 en deel 2 van afgelopen vrijdag en maandag.

Fiscaal
De inkomensvoorziening-spaarproducten zijn manieren om fiscaal voordelig te sparen. Daar wordt mee bedoeld dat je nu geen belasting betaalt, maar later, als je spaargeld vrijvalt.

Aandachtspunten – Verschil tussen netto en bruto sparen

Bruto sparen

- Bruto sparen is uitstel van belastingbetaling. Je betaalt nu geen belasting, die belasting betaal je later – als het gespaarde bedrag vrijvalt.
- In de tussenliggende jaren heb je een rentevoordeel over het bedrag dat je meer kan sparen omdat je gebruik maakt van het fiscale voordeel.
- Het tarief inkomstenbelasting over de eerste € 32.000,- is 18% lager als je ouder dan 65 bent. Meer precies: als je zelf AOW ontvangt, hoef je dat gedeelte van de inkomstenbelasting niet meer te betalen. Dat is een kleine 18%. Dat deel van de inkomstenbelasting heet premie volksverzekering (pvv).
- Bruto-sparen is fiscaal alleen interessant als je überhaupt belasting moet betalen. Is de situatie zo dat je nu geen of heel weinig belasting betaalt (dat is het geval bij een inkomen rond de € 20.000,- voor een zelfstandige, of grote aftrekposten), dan heb je geen profijt van dit fiscale voordeel.
- Het geld dat je spaart wordt vastgezet, bijvoorbeeld op een bankspaarrekening, je hebt er geen toegang toe.
- Geld dat gespaard is via banksparen of iets dergelijks dient daarna altijd gestort te worden in een lijfrenteverzekering. Dat is een van de voorwaarden van fiscaal voordelig sparen. Het idee hierachter is dat de consument tegen zichzelf beschermd wordt én dat het geld geleidelijk vrijvalt. Dit brengt bank- en beheerkosten met zich mee. Sommige mensen ervaren het als betutteling, dat je niet zelf kan beslissen over je geld. Maar het wordt tegen de tijd dat mensen het ontvangen als prettig ervaren dat er elke maand geld wordt gestort, een stuk zekerheid.
- Afhankelijk van het bancaire product waarvoor je kiest, valt het geld vrij voor je erfgenamen. Dit is per product verschillend en hier zitten ook kosten aan verbonden.

Netto sparen

- De inkomstenbelasting hierover is al betaald. Als je het geld gaat gebruiken, hoef je er geen belasting meer over te betalen.
-  Het is van groot belang om het geld niet tussentijds te gebruiken. Bij netto-sparen staat het geld meestal op een gewone bankrekening, je kan erbij. Het vereist veel discipline om het niet te gebruiken.
- Als je overlijdt, valt het vrij voor je erfgenamen.
- Er zijn geen extra beheer- of bankkosten.

Overigen zaken
Er zijn veel zaken die spelen op het gebied van inkomen voor later, pensioen. Met dit stuk wil ik iets meer inzicht geven, maar het zijn slechts richtlijnen. Het geeft inzicht en laat de complexiteit zien. Voor jezelf dien je op een gegeven moment beslissingen te nemen hoe je er mee om wil gaan.
Indien gewenst kunnen we hierbij algemeen advies geven. Let wel, wij verkopen geen pensioenproducten, alleen inzicht

Ter informatie: er is een site waar je kan inloggen met je DigiD. Daarop kan je zien wat je al hebt gespaard bij werkgevers. Deze site is niet helemaal volledig, er wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld een tijdelijk verblijf in het buitenland of een scheiding. Maar het geeft wel inzicht in wat er is opgebouwd, tot nu toe.

Inkomensvoorzieningen – pensioen (Deel 2 van 3)

Dit is een vervolg op het artikel dat afgelopen vrijdag op deze site verscheen.

Richtlijn 1e methode

De stappen om het bedrag te bepalen dat je nodig hebt, zijn als volgt:
Je bepaalt wat je nodig hebt, per jaar. Bijvoorbeeld je huidige inkomen, € 30.000,- bruto.

Je vermindert dat bedrag met de AOW. De AOW is ongeveer € 13.000,- (12 maanden van € 1.070,- en vakantiegeld).
€ 30.000 – € 13.000 = € 17.000,- heb je dan nodig per jaar.

Dit bedrag doe je keer 12,5. Dit getal 12,5 is een heel globale richtlijn. Het wordt namelijk mede bepaald door de rentestand, en die is niet nu al te voorspellen voor de komende jaren.

12,5 * € 17.000 = € 212.000 → ik rond voor het rekengemak af op € 210.000,-.

Dit bedrag dien je dan voor je 65e bij elkaar te sparen.

We gaan ervan uit dat je 35 bent. Dan kan je nog 30 jaar sparen.
Per jaar € 210.000/30 = €  7.000,- per jaar te sparen. Dit is exclusief rente-inkomsten.

Rente
De rente-inkomsten over een lange periode zijn aanzienlijk. Vandaar dat eerder starten met sparen voor pensioen loont.

Zonder rente-inkomsten zou je € 7.000/12 = € 583,- per maand dienen te sparen.

Als je de rente-inkomsten meerekent over de periode van 30 jaar dien je € 305,- per maand te sparen. Dit is uitgaande van een rente van 4%.

Als je geld langer vastzet, is het rentepercentage hoger. Vandaar dat ik het percentage van 4% heb genomen. Dit betekent dat je dan wel nu dient te starten :-) .

Opbouw spaargeld
Bedenk: het bedrag van € 210.000,- kan uit verschillende componenten (spaarrekeningen, obligaties, enz.) opgebouwd worden.

Richtlijn 2e methode
Gewoonlijk wordt er voor pensioenopbouw een percentage van ongeveer 15% aangehouden. Het is ook wel eens wat hoger, 17%, maar 15% komt een stuk in de richting. Dus als je geen berekeningen wilt maken over hoeveel je nodig hebt, maar wel zeker wil weten dat je genoeg spaart, kan je ook gewoon 15% tot 17% per jaar van je inkomen sparen, dan weet je zeker dat je goed zit.

Even inzicht, € 305,- per maand is op basis van dit rekenvoorbeeld ongeveer 15% van je netto-inkomen.

Globaal
Dit is een heel globale berekening om het benodigde bedrag te bepalen. Het probleem bij dit soort berekeningen is, dat je over een periode van 30 jaar rekent. Je kan niet alle onvoorziene zaken uitsluiten. Het geeft dus een indicatie, maar geen zekerheid. Ook is het zo dat de belastingwetgeving (heffingskortingen, tarieven inkomstenbelasting enzovoorts) onderhevig zijn aan veranderingen. Dat zijn allemaal zaken die invloed hebben op het uiteindelijke resultaat, wat kan ik besteden.

De onzekerheid over veranderingen is ook bij producten die je koopt. Meer of minder expliciet staat daar altijd in beschreven dat ‘resultaten behaald in het verleden geen garantie geven voor de toekomst’.

Aanstaande woensdag verschijnt deel 3, het laatste deel, van dit artikel op deze site.

Inkomensvoorzieningen – pensioen (Deel 1 van 3)

Op een gegeven moment heb je genoeg gewerkt. Dan ben je toe aan pensioen. Maar… hoe is dat geregeld? En wat moet je zelf doen?

In Nederland is het als volgt:
a. Iedereen die altijd in Nederland heeft gewoond, heeft AOW opgebouwd, algemene ouderdomswet. Dit werd ook het trekken van Drees genoemd.
b. Als je in loondienst hebt gewerkt, heb je vaak pensioen opgebouwd.
c. Daarnaast heb je mogelijk gespaard.

Als ondernemer ben je zelf verantwoordelijk voor pensioenopbouw en sparen. Je hebt wel dezelfde rechten op AOW. Als men vraagt: ‘Moet ik al iets doen voor mijn pensioen?’, dan bedoelt men: ‘Moet ik sparen voor een aanvullend pensioen?’

En vooral: ‘Hoeveel moet ik sparen?’

Algemeen
Wat je nodig hebt is natuurlijk afhankelijk van je uitgavenpatroon. In het algemeen kun je aanhouden dat je van je 65e tot je 75e evenveel geld per maand nodig hebt als daarvoor. Vaak ben je nog gezond en je hebt meer tijd om uit te geven.
Vanaf je 75e heb je echt minder geld nodig, om de eenvoudige reden dat je dan minder kan.

Algemene ouderdomswet
In Nederland bestaat AOW. Dit is een basispensioen, voor alle mensen die tussen hun 15e en 65e in Nederland gewoond hebben. Nu, in 2012, is dat ruim € 1.075,- per maand. Dit is het brutobedrag, voor een alleenstaande. Brutobedrag betekent dat er nog belasting over betaald dient te worden.

Bij AOW is er een kleine groep die minder rechten heeft, namelijk als je enige tijd tussen je 15e en 65e niet in Nederland hebt gewoond. (meer info)

Aanvullend pensioen
Of je aanvullend pensioen ‘nodig’ hebt, is afhankelijk van je uitgavenpatroon, je eigen vermogen en andere persoonlijke omstandigheden.

De mogelijkheden om te sparen voor aanvullend pensioen zijn de volgende:
a. Via de werkgever
b. Via een verzekering of via de bank, dit zijn zogenaamde bancaire producten. Deze producten hebben namen als aanvullend pensioen, banksparen, lijfrenteproduct, inkomensverzekering of iets dergelijks. Als je in loondienst bent, gebeurt dit vaak via je werkgever. Als zelfstandige moet je dit zelf regelen.
c. Zelf sparen.

Hoeveel heb je nodig?
Wat heb je nodig? Dit zijn heel summiere richtlijnen:

- Van je 65e tot je 75e heb je evenveel (of wat meer) geld nodig dan het uitgavenpatroon dat je gewend bent. Gewoon, omdat je over het algemeen nog veel kan en dan over veel tijd beschikt. Na je 75e heb je beduidend minder nodig.
- Als je zelf spaart, kan je in meer of mindere mate zelf beslissen hoe je het laat vrijvallen. Als je via je werkgever spaart, heb je geen inspraak hoe je het kan laten vrijvallen. Het ligt dan vast in de pensioenafspraken.
- Zelf laten vrijvallen speelt vooral als je fiscaal voordelig spaart en een lijfrente moet kopen. Je kan dan met de lijfrenteverzekering afspraken maken. Hier zijn wel restricties aan, afhankelijk van bedrag en looptijd.

Aanstaande maandag verschijnt deel 2 van dit artikel op deze site.

Lenen, de 3 effen – fff-en – family, friends & fans

Stel, je hebt een geweldig plan, of je bent een paar jaar bezig en je wil eindelijk eens echt groeien…
Groei kost geld, soms veel geld. Onderzoekskosten, investeringen, marketing, alle kosten lopen op. En, zoals ze zeggen, de kosten gaan voor de baten uit.
Dan zal er geleend moeten worden. Het gaat hier over de grotere bedragen, voor de grotere plannen.
We gaan ervan uit dat het plan goed onderbouwd is, en beperken ons in dit stuk puur tot het lenen.
Hoe gaat dat nou, dat lenen? Wanneer leen je van de bank, wanneer van familie en wanneer ga je pitchen?

Bank
Normaliter leen je van de bank. Voor de meeste reguliere ondernemingen is het mogelijk om bij de bank te lenen. De risico’s van een bepaalde branche zijn in te schatten, en de bank kan ook een inschatting maken van de betrouwbaarheid van de ondernemer. Zeker als je al langer bij die bank bankiert, als je daar je lopende rekening hebt.

Als je dan voldoet aan de voorwaarden
1. niet meer geld uit de zaak halen dan je verdient
2. lenen voor investeringen
3. debiteurenbeheer op orde,
kan je bij de bank lenen.

Reguliere ondernemingen zijn zaken waarvan er al andere bestaan. Als je met een reguliere onderneming niet bij de bank kunt lenen, dan doe je er goed aan te vragen waarom niet. Vaak is er dan iets anders aan de hand, wat wel interessant is om te weten.

FFF
Maar nu heb je een lumineus idee, een innovatief plan. Iets waar heel Nederland op zit te wachten. Maar onderzoek en ontwikkelen, research & development, zal lastig zijn en op de markt brengen zal veel geld kosten.
Degene met het idee, de plannenmaker, ziet dit niet als geld, maar als een geweldige investering.
En lastig, nee, niet lastig, juist spannend.
Maar onbekend maakt onbemind. Zelf geloof je er heilig in, maar de bank gaat je niet lenen. Want… niet realistisch. En vooral: de risico’s zijn niet in te schatten.

Waar ga je dan lenen?

Voor dit soort plannen, innovaties, wordt de eerste honderdduizend, soms tweehonderdduizend, in de fff-sfeer geleend. Family, friends & fans. Of voor de sceptici onder ons: family, friends & fools.
In deze sfeer wordt ook het eigen geld ingelegd, zoals een erfenis of een huis dat goed verkocht is.
Met die eerste ton ga je het idee ontwikkelen en op de markt brengen.
Een ton is normaliter voldoende om te kijken of het levensvatbaar is. Mocht het aantoonbaar levensvatbaar blijken, dan wil de bank vaak alsnog wel lenen.

Investeerders
Maar, als het na de eerste investeringen van jezelf en f-f-f nog steeds in een ontwikkelfase is, of er moet nog een schepje bovenop, dan kan je gaan kijken bij private investors. Daarvoor zijn de pitches, de shows op tv, de… Maar hiervoor zijn natuurlijk vooral de een-op-een-gesprekken, met de durfkapitalisten, business angels of mensen die gewoon voldoende geld hebben en daar wat mee willen.

Deze mensen lenen grote bedragen, en delen in het risico. De manier waarop is heel erg wisselend. Sommige investeerders willen alleen een minderheidsaandeel, anderen investeren 50% van het benodigd kapitaal en zijn meewerkend directielid. Er zijn investeerders die in veel verschillende projecten investeren, en private investors die in een of twee projecten meedoen. Zoveel mensen, zoveel mogelijkheden. En ook zoveel onderhandelingspunten.

Een investeerder heeft twee voordelen. Het eerste is natuurlijk het geld. Maar het ‘natuurlijke’ gevolg daarvan is, dat je een betrokken meedenker hebt. Iemand die net zo betrokken is als jezelf, met wie je echt de ontwikkelingen kan bespreken. Zie het als het opvoeden van kinderen, het is fijn dat je partner, of je ouders, net zo onbevangen van het kind kunnen houden, meegenieten van de hoogtepunten, maar ook ’s nachts aan het bed zitten.

Go
Dus, heb je een goed plan, werk het uit en zet de stap. Zie het als een kind, met aandacht en betrokkenheid en hoofd erbij, wordt het vanzelf groot.

En realiseer je: weinigen van ons hebben een goed plan :-)

Foto: Will Folsom

Blog Esther: Lenen van familie

Vorige keer sprak ik over lenen van de bank. Dit keer schrijf ik over het lenen van familie.

Je kunt natuurlijk lenen van de bank, maar je kunt ook lenen van familie of eventueel vrienden.

Hou daarbij het volgende voor ogen:

1. Leen alleen van familie of vrienden als de bank je ook geld zou lenen → banken hebben niet voor niets de voorwaarden die ze hebben. De bank wil graag dat de lening wordt terugbetaald. Maar familie wil het geld ook graag terug, kijk dus of je voldoet aan de voorwaarden.

2. Maak een overeenkomst waarin het volgende staat:

a. Welk bedrag je leent
b. Tegen welke rente
c. Hoe lang je leent
d. Hoe je afbetaalt – bijvoorbeeld na een jaar in een keer, inclusief rente. Of elke maand een stukje, met rente.

Waarom de afspraken op papier → dan weet iedereen waar hij/zij aan toe is. Mocht er onverwachts iets veranderen, dan hebben ook derden inzage in de afspraken.

Waarom wel rente → als familie het geld op de bank heeft staan, ontvangen ze ook rente. Het is goed dat je familie geen inkomsten misloopt omdat ze het geld uitgeleend hebben.

Hoeveel rente? → meestal betaal je iets meer dan de gangbare spaarrente en minder dan de rente voor persoonlijke leningen. De spaarrente is nu rond de 4 procent, de rente van een persoonlijke lening ongeveer 10 procent.

Je betaalt meestal minder dan de rente van een persoonlijke lening of doorlopend krediet, omdat je familie niet uitleent om er aan te verdienen.

Je kunt verder afspreken wat je wilt, maar het is goed om redelijke afspraken te maken, het blijft dan makkelijk om samen op familiefeestjes te zijn.

Zo kan dat dus… Mocht je hierover meer willen weten, neem gerust contact op.

Blog Esther: Lenen in een notedop

Gisteravond sprak ik met een bankenman. Ik praat graag met bankenmannen omdat ze vaak en makkelijk over geld praten, en mij altijd allerlei dingen vertellen die ik interessant vind. Zij praten graag met mij omdat zij altijd nieuwe klanten willen. “En waar bankiert u nu?”, “Bent u tevreden?”. Dat soort gesprekken, daar kun je je wel een voorstelling van maken. Maar deze man had meer te vertellen. Ik deel het graag.

Wanneer kan je lenen als ondernemer in de dienstverlening, creatieve sector of detailhandel?

De belangrijkste punten zijn:

* Je moet niet meer geld uit de zaak halen dan je verdient. Op de balans laat dat zich als volgt zien: het eigen vermogen dient elk jaar te groeien.

De gedachte daarachter: laat zien dat je zelf geld in je bedrijf wil stoppen, dan willen wij er ook over denken.
De uitzondering: als er een grote verandering (meestal verhuizing, huwelijk, scheiding) privé is, wat een legitimatie is om dat ene jaar niet in je bedrijf te investeren.

* Debiteurenbeheer dient op orde te zijn.

Regelmatig en tijdig factureren.
Verstuurde facturen mogen niet te lang open staan. Gemiddeld 30 dagen is prachtig, iets langer is ook goed.

* De lening is voor het bedrijf, niet voor salaris.

Bijvoorbeeld voor nieuwe investeringen.
Leningen zijn er niet voor om in eigen levensonderhoud te voorzien.
Wel worden overbruggingskredieten voor levensonderhoud verstrekt als er ‘voorgefinancierd’ moet worden, dat komt voor bij het binnenhalen van een grote opdracht of bijvoorbeeld voorraad.

Gemiddeld wees hij 8 van de 10 aanvragen af. Op één van bovenstaande punten of matig ondernemersplan of geen vertrouwen in de persoon.
Vaak is het een combinatie van factoren.

Een aantal keer wordt er minder verstrekt dan gevraagd, omdat meer geld volgens de bank niet nodig is.

Esther Schulte
Ocean Finance

VOLG THE NEXT WOMEN OP TWITTER

Follow TheNextWomenNL on Twitter

RUBRIEKEN

WORD LID VAN THE NEXT WOMEN OP LINKEDIN




Fiscaal voordeel